“Mijn doel is geen ander dan de wereld te verbeteren en haar volkeren rust te geven.” – Bahá’u’lláh

BAHÁ’U’LLÁH EN ZIJN VERBOND

Bahá’u’lláh werd in 1817 in Teheran geboren, de hoofdstad van het huidige Iran. Hij kwam uit een nobele familie en stond bekend om Zijn vrijgevigheid, mededogen, scherpe intelligentie en toewijding aan gerechtigheid. In het midden van de negentiende eeuw stond Bahá’u’lláh op om een nieuwe Openbaring van God te verkondigen en de visie van Zijn Zaak uit te dragen.

Zodra Bahá’u’lláh de nieuwe Boodschap die aan Hem werd toevertrouwd begon te delen, werd Hij door de heersende elite afgewezen, gevangen gezet, gemarteld en uit Zijn thuisland verdreven. Een reeks van brute verbanningen bracht Bahá’u’lláh naar het land dat tegenwoordig Israël heet. Hoewel nog steeds een gevangene, bleef Hij Zijn hele leven doorgaan met het Woord van God te openbaren in mystieke geschriften, wetten en verordeningen, en sociale en ethische leringen.

“Ik heb nooit gestreefd naar werelds leiderschap. Mijn enig doel was om aan de mensen over te brengen hetgeen God… Mij gebood over te brengen…” – Bahá’u’lláh

In Zijn Testament heeft Bahá’u’lláh een Verbond gesloten met degenen die Hem volgen. Hierin staat duidelijk dat alle bahá’ís zich naar Zijn oudste zoon ‘Abdu’l-Bahá moeten keren voor leiding en voor interpretatie van Zijn leringen. ‘Abdu’l-Bahá was zijn Vaders meest toegewijde metgezel tijdens de lange lijdensjaren.

In 1911, op 68-jarige leeftijd, begon ‘Abdu’l-Bahá aan een serie van historische reizen door Europa en Noord-Amerika om zijn Vaders Geloof naar het westen te brengen. Tot zijn heengaan in 1921 inspireerde en bemoedigde ‘Abdu’l-Bahá onophoudelijk de bahá’ís en iedereen die hij ontmoette om een praktisch en spiritueel leven van nederigheid, vrijgevigheid, en onvoorwaardelijke liefde te leven. In ‘Abdu’l-Bahá vinden we het perfecte voorbeeld van wat het betekent om een bahá’í te zijn.

Om de eenheid van het nieuwe Geloof na zijn heengaan te behouden, benoemde ‘Abdu’l-Bahá zijn kleinzoon Shoghi Effendi als de Behoeder en geautoriseerde uitlegger van de leringen van Bahá’u’lláh. Onder zijn leiding werd het raamwerk voor de verkiezing van het Universele Huis van Gerechtigheid tot stand gebracht. Het is dit instituut dat vandaag de dag de wereldwijde bahá’í-gemeenschap leidt in het bijdragen aan de verbetering van de wereld.