Vier bahá’ís vrijgelaten, nog zeven in de gevangenis

NEW YORK, 6 mei 2015, (BWNS) – Vier bahá’ís die betrokken zijn bij het Bahá’í Instituut voor Hoger Onderwijs (BIHE) en die vier jaar geleden ten onrechte gevangen werden genomen in Iran, zijn vrijgelaten na het uitzitten van hun straf, maar de zorgen blijven om de zeven anderen die nog steeds wegkwijnen in de gevangenis.

De heer Ramin Zibaie, de heer Farhad Sedghi, mevrouw Noushin Khadem en de heer Mahmoud Badavam werden gearresteerd op 21 mei 2011 bij een gecoördineerde inval waarbij zo’n 17 bahá’ís in verschillende steden in Iran werden gearresteerd vanwege hun betrokkenheid bij het Bahá’í Instituut voor Hoger Onderwijs, een informeel initiatief om bahá’í-jongeren, beroofd van het recht op hoger onderwijs, te voorzien van studies op universitair niveau.

4
Noushin Khadem

“De Bahá’í International Community is blij met de vrijlating van deze gevangenen die gedwongen werden vier jaar van hun leven in gevangeniscellen door te brengen vanwege hulp aan jongeren om te studeren,” zei mevrouw Bani Dugal, vertegenwoordiger van Bahá’í International Community bij de Verenigde Naties.” Maar we zijn nog steeds zeer bezorgd over de zeven anderen die in de gevangenis zitten voor beschuldigingen in verband met het Bahá’í Instituut voor Hoger Onderwijs. Ook  is het net zo verontrustend dat meer dan 100 bahá’ís wegkwijnen in Iraanse gevangenissen.”

Onmiddellijk na de islamitische revolutie in Iran werden de bahá’í-studenten van de universiteiten weggestuurd en de bahá’í-professoren en docenten ontslagen uit hun posities. Na jarenlange pogingen om de overheid zover te krijgen dit besluit te herzien, met het oog op de behoefte van jongeren om onderwijs te krijgen, trof de bahá’í-gemeenschap een aantal informele regelingen om de vrijwillige diensten van ontslagen bahá’í-professoren te gebruiken om ​​onderwijs te geven aan achtergestelde bahá’í-jongeren. De deelnemers verwachtten geen officieel diploma, noch was iemand enig ander voordeel beloofd, zoals vooruitzicht op werk. Zelfs dit initiatief werd echter door de regering van Iran als illegaal beschouwd.

“Het is alsof men bepaalde burgers de toegang tot beschikbaar voedsel ontneemt en wanneer ze met onnoemelijke ontberingen hun achtertuin cultiveren om te kunnen overleven, verklaren zij hun inspanningen illegaal en vernietigen hun oogst,” aldus mevrouw Dugal. “Volharding in deze mensonterende handelingen resulteert  alleen in het blootleggen van de irrationele doelgerichtheid van de autoriteiten om de sociale en economische vooruitgang van de bahá’ís te blokkeren.”

De bahá’ís die in mei 2011 werden gearresteerd werden berecht in de periode september-oktober 2011. De heer Badavam, de heer Zibaie, mevrouw Khadem en de heer Sedghi werden, terwijl zij in handboeien waren geslagen en hun enkels geketend waren op twee verschillende dagen naar de rechtbank gebracht en over hun veroordeling geïnformeerd.

Er werd geen afschrift van de uitspraken aan de gevangenen en hun advocaten verstrekt. Er werden echter transcripties gemaakt door de aanwezigen op de hoorzitting, alsmede van de beschuldigingen die tegen sommigen werden geuit, waarvan later duidelijk werd dat de bahá’ís schuldig werden bevonden aan aanklachten zoals “lidmaatschap van de afwijkende bahá’í-sekte met het doel acties te ondernemen tegen de veiligheid van het land” en “samenwerking met het Bahá’í Instituut voor Hoger Onderwijs.”

“De beweringen tegen deze personen waren vaag en volledig ongegrond en hun acties zouden illegaal zijn,” zei mevrouw Dugal. “De vraag is, wat is illegaal? Studeren? Leren? Anderen begeleiden in hun zoektocht naar kennis? Waarom zou je bahá’í-jongeren verhinderen om te studeren of hen niet bij elkaar willen laten komen om te leren, of een ontslagen professor weigeren zijn of haar kennis te laten delen met jonge mensen die verstoken zijn van hoger onderwijs? En waarom dan hen gevangen zetten, die deze jongeren wetenschap en andere onderwerpen thuis onderwijzen?”

“Wat is uiteindelijk illegaal? Een overheidsbeleid dat haar burgers uitsluit van hoger onderwijs op basis van hun religieuze achtergrond of de inspanningen van een gemeenschap om haar eigen jongeren educatie te geven? De vier bahá’ís die zijn vrijgelaten, en diegene die nog steeds gevangen zitten, zijn normale mensen die hun fundamentele mensenrechten uitoefenden”, aldus Bani Dugal.

Bron: https://news.bahai.org/story/1052

SPECIAL REPORTS: The Baha’is in Iran
Denial of education | The 7 Baha’i leaders | Baha’is of Semnan