Het evoluerende bahá’í-perspectief op interreligieus dialoog

DEN HAAG, 22 januari 2019 (BWNS) – Recent gehouden internationale, interreligieuze bijeenkomsten belichten een groeiend bewustzijn in de wereld. Vele maatschappelijke actoren zien in de interreligieuze dialoog een nieuw potentieel om de constructieve krachten van geloof te kanaliseren voor de verbetering van de samenleving.


Venus Khalessi (tweede van links), van de Australische bahá’í-gemeenschap, leest voor uit de slotverklaring van het G20 Interfaith Forum dat gehouden werd in september in Buenos Aires, Argentinië.

“Als wij allen nederigheid hebben in plaats van vast te willen houden aan de exclusiviteit van onze standpunten, dan beginnen we te leren van elkaar,” zegt Britt Strandlie Thoresen, die de Noorse nationale, interreligieuze organisatie voorzit. Haar toewijding aan de interreligieuze dialoog komt, als bahá’í, voort uit een overtuiging in de kracht van vriendschap om eenheid te cultiveren. “Wij streven er gezamenlijk naar om een gemeenschappelijk pad te vinden – een pad om een betere wereld met elkaar te bouwen.”

Tegenwoordig kan de interreligieuze beweging terugkijken op meer dan een eeuw aan ervaring, waarin de dialoog tot stand is gekomen tussen mensen van verschillende geloofsovertuigingen. Aan het einde van de 19e eeuw leek de snelgroeiende beweging veelbelovend voor het inluiden van een erkenning van de eenheid van religie. De 20e eeuw liet daarentegen een heel ander beeld zien. Twee wereldoorlogen, een schijnbaar hardnekkige stijging van sektarisch geweld, religieus fundamentalisme en radicalisering hebben velen gedesillusioneerd gemaakt betreffende religie en wantrouwig voor de waarde van de interreligieuze beweging.

De interreligieuze beweging heeft echter indrukwekkende bijdragen geleverd aan het versterken van eenheid onder de wereldwijde religieuze gemeenschappen. Mensen zijn zich steeds meer bewust van hoe de beweging nog meer kan bereiken bij het helpen bereiken van een hogere mate van eenheid voor de mensheid door haar zwaarste uitdagingen aan te pakken.

Een eeuw aan deelname in interreligieuze activiteiten wereldwijd heeft bij bahá’ís een diepgaande reflectie aangewakkerd in de laatste jaren. Wat is het potentieel van de ruimten die geopend zijn in naam van interreligieus dialoog? Wat zijn haar doelen en verwachtingen voor tegenwoordig? Hoe kunnen wij deelnemen aan een discours dat put uit de inzichten van religie, maar verder gaat dan de verkenning van hun nut voor een verwarde wereld?

“Eén manier om te kijken naar religie, is als een fenomeen dat ieder(e) geloof of sekte overstijgt,” legt Venus Khalessi uit. Zij vertegenwoordigde de Bahá’í-gemeenschap afgelopen september op het G20 Interfaith Forum in Buenos Aires, Argentinië. Eén van de doelen van deelname aan het interreligieuze dialoog, zo legt zij uit, is om universele principes eruit te lichten en te leren van elkaars ervaringen door ze toe te passen. Het doel is om te werken naar een vredigere en rechtvaardigere wereld. “Op deze manier kan religie gezien worden als een evoluerend systeem van kennis en praktijk dat inzichten en waarden biedt die de samenleving vooruit kan helpen.” De gedachte dat religie een levendige en constructieve rol te spelen heeft in het leven van de mensheid werd gedeeld door vertegenwoordigers van vele religieuze groepen op het G20 Forum. De conceptverklaring van de conferentie beschrijft de prominente rol van religie in vele maatschappelijke vraagstukken. “Erkend of niet erkend, wereldwijd legt religie zich toe op de uitdagende problemen waar samenlevingen en naties voor staan, alsook het bredere maatschappelijke welzijn,” zegt de verklaring. “Zonder de investering van tijd en hulpbronnen, waar religieus-gemotiveerde organisaties en individuen in voorzien, zijn de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties onhaalbaar.”


Britt Strandlie Thoresen (tweede van rechts), voorzitter van de Council for Religious and Life Stance Communities in Noorwegen, spreekt tussen vijf panelleden tijdens een grote, jaarlijkse, nationale bijeenkomst in de stad Arendal. Het evenement brengt de regeringsleiders, burgers en religieuze gemeenschappen samen om het te hebben over vraagstukken die het land beïnvloeden. Hier spreekt mevrouw Thoresen bij een panel over het milieu. Het evenement werd “The Cathedral of Hope” genoemd en werd gehouden op het water om het accent te leggen op de vervuiling van de oceanen en andere milieuvraagstukken.

Afgelopen november kwamen meer dan 8.000 mensen vanuit de gehele wereld bijeen in Toronto, Canada, voor het Parlement van de Wereldreligies, een ander groot forum voor de mondiale, interreligieuze beweging. Bahá’ís organiseerden sessies over relevante thema’s zoals de empowerment van jongeren, de relatie tussen religie en staatsburgerschap, het principe van eenheid, de gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen, rassengelijkheid en meer. In totaal boden de bahá’ís meer dan 60 presentaties aan, vaak in samenwerking met mensen van andere geloofsovertuigingen.

Mevrouw Thoresen ziet grote waarde in het blijven investeren in interreligieuze activiteiten. “We leren stap voor stap. We leren te luisteren, reflecteren, en communiceren met elkaar op een wijze die gemeenschappelijk begrip bevordert.” “In deze setting is het van belang om niet de aandacht te vestigen op verschillen, maar om te proberen te bouwen aan wat wij allen met elkaar gemeen hebben, en dat is eigenlijk erg veel,” zo zegt zij. De Council for Religious and Life Stance Communities in Norway, waarvan Mevrouw Thoresen de voorzitter is, houdt niet alleen regelmatige interreligieuze bijeenkomsten in Oslo, maar bevordert ook interreligieus dialoog in lokale gemeenschappen door het hele land.

Interreligieuze activiteiten variëren sterk. Sommige groepen zijn alleen gericht op vriendschap; anderen richten zich op sociale verandering. Zo is bijvoorbeeld sinds de revolutie in Tunesië in 2011, het land zich in toenemende mate bewust van haar religieuze diversiteit en aan het zoeken naar het tot stand brengen van een pluralistische samenleving. Interreligieuze dialoog heeft een kritische rol gespeeld in het ontwikkelen van een gezamenlijke visie voor de toekomst. En in bredere zin heeft het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties afgelopen december een conferentie in de Arabische regio georganiseerd, waarbij religieuze vertegenwoordigers, inclusief de bahá’ís, samen werden gebracht om met een nieuwe blik te kijken naar hoe geloofsgemeenschappen de sociale cohesie en tolerantie versterken.

Aanvullend op het evoluerende landschap van interreligieuze activiteiten observeren sommige bahá’í-gemeenschappen een nieuw grensgebied: verder kijken dan de traditionele interreligieuze dialoog om een breder segment uit de samenleving zich welkom te laten voelen. “We hebben een type dialoog nodig dat de kracht van religie kan gebruiken om de mensheid te helpen met het aanpakken van haar grootste uitdagingen,” legt Gerald Filson uit, een bahá’í die de voormalig voorzitter was van de Canadian Interfaith Conversation, de voorbeeldige interreligieuze organisatie van Canada. “In Canada hebben we gemerkt dat seculiere en religieuze actoren samen kunnen werken in het nastreven van het algemene goed. Het openen van ruimten voor dit type samenwerking heeft geholpen bij de ontwikkeling van de discours en nieuwe deuren zijn geopend.” De bahá’í-gemeenschap aldaar heeft meegeholpen in het organiseren van meerdere grote, nationale conferenties over religie in de publieke ruimte, waarbij burgers, levensbeschouwelijke organisaties, academici en overheidsvertegenwoordigers samen werden gebracht.

Een recent seminar, dat in Spanje plaatsvond, focuste zich op het aankaarten van gewelddadige radicalisering. Hierbij werd een panel samengebracht van hoog niveau, bestaande uit veiligheidsspecialisten, beleidsmakers en wetenschappers om een groeiend probleem in Europa beter te begrijpen en aan de orde te stellen.

“We moeten samen vooruitgaan – de kring breder maken om alle mensen deel daarvan uit te laten maken. Slechts door onze verschillen te overstijgen en zij aan zij te werken voor onze gezamenlijke bestemming, kunnen wij de echte problemen die in de wereld spelen aanpakken op een wijze die verheffend is en mensen samenbrengt in een begrip dat voorbij gaat aan retoriek,” zegt Dr. Filson.

In hun deelname aan discourses, gerelateerd aan religieuze co-existentie, de rol van religie in de samenleving en interreligieus dialoog, leren steeds grotere aantallen mensen en groepen om te putten uit de constructieve bijdragen van religie aan de samenleving, en de bahá’í-gemeenschap streeft ernaar haar deel bij te dragen aan deze vitale zaak. In haar inspanningen haalt het inspiratie uit de brief aan de religieuze leiders van de wereld, geschreven door het Universele Huis van Gerechtigheid in april 2002.

Bron: https://news.bahai.org/story/1306/