Brandstichters bedreigen bahá'ís in Iran die vriendschap sluiten met moslims
Ontdek

Een nadere kennismaking...
Activiteiten

Wat gebeurt er in Nederland...
Verdiepen

Belangrijkste leringen, instituten...
Toen en nu

In vogelvlucht van toen naar nu...
Nieuws & Media

Publicatiemateriaal, nieuwsbrieven...
Kalender « Mei 2012 »
« Mei 2012 »
ZoMaDiWoDoVrZa
   
   
             
6 Grootheid - 169 BE
home- Brandstichters bedreigen bahá'ís in Iran die vriendschap sluiten met moslims
Send letter Print PDF

Brandstichters bedreigen bahá'ís in Iran die vriendschap sluiten met moslims


Den Haag,  18 januari 2011


 
Een recente golf van brandstichtingen, gericht op zakelijke eigendommen van bahá'ís in het Iraanse Rafsanjan, lijkt op een campagne om relaties tussen bahá'ís en moslims in die stad te beschadigen. Na zo’n twaalftal acties tegen winkels – uitgevoerd sinds 25 oktober 2010 – hebben twintig bahá'ís, eigenaren van huizen en winkels, een waarschuwingsbrief ontvangen die was gericht aan de ‘leden van de misleide bahá'í-sekte’.
 
In het anonieme document wordt geëist dat de bahá'ís een verklaring ondertekenen waarin zij ‘zeggen af te zien van het leggen van contacten of het sluiten van vriendschap met moslims’ en van ‘het gebruikmaken of inhuren van moslims die opgeleid worden voor een baan’. Ook wordt van de bahá'ís gevraagd hun geloof niet verspreiden, ook niet op het internet.
Als deze voorwaarden door de ontvangers worden geaccepteerd, zo staat in de brief te lezen, dan ‘zullen wij garanderen dat er geen aanval zal worden gedaan op uw leven en bezittingen’. 
 
Diana Ala’i, die de internationale bahá'í-gemeenschap vertegenwoordigt bij de Verenigde Naties in Genève, reageerde op de recente berichten uit Iran. ‘Al ruim twee maanden hebben onschuldige bahá'ís te maken met brandstichting in hun zaak. Sommigen hebben zelfs meer dan één keer te lijden gehad onder de aanvallen op hun bezittingen. Nu wordt ook nog hun leven bedreigd, tenzij ze beloven zich geheel te isoleren van vrienden en buren’, aldus Diana Ala’i. ‘Wat denken degenen die zich schuldig maken aan dergelijke aanvallen en bedreigingen te bereiken? Het toont ten overstaan van de gehele wereld slechts de religieus getinte haatzaaierij, die wordt opgebouwd door bepaalde elementen in de Iraanse samenleving’.
 
Diana Ala’i verklaarde dat bahá'ís de lokale gezagsdragers hebben benaderd met het verzoek de brandstichtingen en de bedreigingen te onderzoeken, maar tot dusver is er geen actie ondernomen. Sterker nog: sommigen betichtten de bahá'ís ervan zelf de branden te hebben aangestoken, op bevel van buitenlandse regeringen.
 
De aanvallers hadden voornamelijk bedrijven als doelwit waar meubels werden gerestaureerd, waar huishoudelijke apparaten werden verkocht en optiekzaken, die eigendom zijn van bahá'ís.
 
Op 15 november bijvoorbeeld werd er brand gesticht in twee zaken die apparaten verkochten en repareerden. De schade bedroeg tienduizenden dollars. Een van de eigenaars huurde een naburig pand om zijn bedrijf voort te zetten en installeerde een veiligheidsdeur. Een maand later lukte het onbekenden om een explosief in de winkel te gooien door een gat dat ze in het dak hadden gemaakt. De ontploffing blies de veiligheidsdeur weg en veroorzaakte opnieuw veel schade. Onlangs, op 2 januari van dit jaar, ging een andere reparatiewinkel in vlammen op, toen er met behulp van een slang een ontvlambare vloeistof werd gevoerd langs de metalen platen, die door de eigenaar als beveiliging waren geplaatst.
 
In een krant, die in Rafsanjan wordt uitgegeven door een islamitische culturele stichting, werd verklaard dat de aanvallen waren uitgelokt vanwege het feit dat bepaalde bedrijfstakken worden ‘gemonopoliseerd’ door bahá'ís in de stad. Een koffiehuis, dat in het bezit was van een moslim, ging in rook op nadat de krant per abuis de eigenaar als bahá'í had geïdentificeerd.
‘De economische druk op leden van de Iraanse bahá'í-gemeenschap is al groot doordat men geen baan of bedrijfsvergunning kan krijgen, aldus Diana Ala’i. Deze aanvallen en bedreigingen zijn opnieuw een bijzonder gemene vorm van vervolging van gewone burgers die in hun levensonderhoud trachten te voorzien en die hun geloof willen uitoefenen’.
 
Op 21 december j.l. nam de VN een resolutie aan, waarin ‘diepe bezorgdheid over de ernstige en voortgaande schending van de mensenrechten’ in Iran werd uitgesproken. De resolutie veroordeelde in het bijzonder de discriminatie van minderheden, inclusief die van de leden van het Bahá'í-geloof.

 

Bron:
- http://news.bahai.org/story/805

Meer informatie:

- The Bahá’í Question:
http://news.bahai.org/human-rights/iran/the-bahai-question.html
- Update Current situation:
http://news.bahai.org/human-rights/iran/iran-update
- Special Report Yaran:
http://news.bahai.org/human-rights/iran/yaran-special-report 

© 2012 Bahá’í-gemeenschap Nederland  /  Bahá’í International Community