BAHA'I-GELOOF

« August 2010 »
SuMoTuWeThFrSa
       
             
1 Volmaaktheid - 167 BE

Brief naar hoofdaanklager Iran over rechtzaak Iraanse bahá'í-leiding

 

Den Haag, 9 maart 2009

 

Vertegenwoordigers van het Bahá'í-geloof bij de Verenigde Naties in New York hebben een brief gestuurd naar de hoogste openbare aanklager in Iran over het proces tegen de zeven gearresteerde
bahá'í-leiders. Het zevental zit al sinds begin 2008 in de Evin-gevangenis in Teheran. In de brief waarschuwt de bahá'í-gemeenschap dat de juridische acties tegen de zeven bahá'ís gevolgen kunnen hebben die meer mensen zullen treffen dan alleen de bahá'ís. ‘Op het spel staat de gewetens-vrijheid van
alle inwoners van uw land’, aldus de brief, die op 4 maart j.l. werd verzonden.

In de zes pagina’s tellende open brief worden alle ontwikkelingen die hebben geleid tot het proces tegen de zeven bahá'ís op een rij gezet. Hij is gericht aan de hoofdaanklager Ayatollah Najafabadi, omdat deze de laatste weken met regelmaat uitspraken deed die door de Iraanse media werden
geciteerd en die rechtstreeks gericht waren tegen de bahá'í-gemeenschap in Iran.

De zeven bahá'í-leiders moeten terechtstaan wegens spionage voor Israël, het beledigen van de Islam en het voeren van propaganda tegen de Islamitische Republiek. In de brief worden alle aanklachten stuk voor stuk ontzenuwd. De zeven gevangen bahá'ís vormden een informeel administratief bestuur voor de
bahá'í-gemeenschap in Iran, omdat het geloof formeel is verboden. De Islamitische autoriteiten waren van de activiteiten van de groep, die zich ‘de vrienden’ noemde, op de hoogte. De hoofdaanklager verklaarde op 15 februari 2009 de ad hoc werkzaamheden door de zeven bahá’í-leiders om geestelijke en sociale zorg aan de gemeenschap te verlenen illegaal. Als
antwoord daarop hebben ‘de vrienden’ vanuit de gevangenis laten weten geen bezwaren te hebben om deze activiteiten te stoppen, indien de autoriteiten ze als hinderlijk ervaren. Dat proces is inmiddels in gang gezet wat nog eens extra de goede wil van de bahá'ís jegens de overheid toont.

In de brief wordt verder aangegeven dat er al sprake is van vervolging van de bahá'ís in Iran sinds het begin van deze godsdienst in de negentiende eeuw. De vervolgingen zijn nog verhevigd sinds de vestiging van de Islamitische republiek in Iran in 1979 en kostten honderden bahá'ís het leven.

De afgelopen weken is er in toenemende mate internationaal geprotesteerd tegen de behandeling van de zeven bahá'ís in Iran en het komende proces. Veel organisaties en landen, waaronder Nederland en de Europese Unie, hebben in verklaringen hun afkeuring uitgesproken over de gang van zaken. Ook een wereldwijd verspreide groep van intellectuele Iraniërs toonde zich in een open brief beschaamd over de wijze waarop Iran de bahá'ís behandelt. In de open brief van de bahá'í-gemeenschap wordt daar ook naar verwezen. ‘Helaas
moeten we vaststellen’, aldus de brief, ‘dat de meerderheid van degenen die de verklaring hebben ondertekend, van wetenschappers tot journalisten, zelf eveneens lijdt aan onderdrukking’.

Het is niet geheel duidelijk wanneer het proces tegen de zeven bahá'ís zal worden gehouden. Recente berichten in de Iraanse media geven aan dat de onderliggende stukken verstuurd zijn en dat het proces spoedig zal beginnen.


 

Meer informatie: 
- http://www.news.bahai.org/story/702
- http://news.bahai.org/human-rights/iran/iran-update.html

Volledige tekst van de brief:
- http://www.bahai.nl/file/5533/
BIC_brief_prosecutor_Iran_20090304.pdf
 (Nederlandstalig)
- http://bic.org/areas-of-work/persecution/prosecutor-general-iran-en.pdf (Engelstalig)

Zie ook diverse artikelen:
- http://www.bahai.org/persecution/iran
- http://www.iranpresswatch.org
- http://news.bahai.org/documentlibrary/TheBahaiQuestion.pdf
http://www.iranhrdc.org/httpdocs/English/homepage.htm

 

home pdf pagina doorsturenprint