BAHA'I-GELOOF

« August 2010 »
SuMoTuWeThFrSa
       
             
1 Volmaaktheid - 167 BE

Bahá’ís verwerpen beschuldiging subversieve activiteiten in Iran

 

Den Haag, 6 augustus 2008

New York – De Internationale Bahá’í-gemeenschap verwerpt de bewering van een Iraanse aanklager dat de zeven gevangen bahá’ís in Teheran “bekend” zouden hebben leiding te geven aan een “illegale” organisatie welke banden met Israël en andere landen onderhoudt om de Iraanse staatsveiligheid te ondermijnen.

“Wij ontkennen ten stelligste de aantijging dat bahá’ís in Iran zich bezighouden met ondermijnende activiteiten”, zegt Bani Dugal, hoofdvertegenwoordiger van de Internationale Bahá’í gemeenschap bij de Verenigde Naties. “De bahá’í gemeenschap is op geen enkele wijze betrokken bij politieke aangelegenheden. Hun enige 'misdaad' is de uitoefening van hun geloof. Het serieuze karakter van de beschuldigingen maakt ons ernstig bezorgd om de levens van de zeven bahá’ís”.

Mevrouw Dugal reageert hiermee op krantenberichten met daarin uitlatingen van Hasan Haddad, plaatsvervangend openbare aanklager voor veiligheid aan het Islamitisch Revolutionaire Hof in Teheran. Dugal licht verder toe dat de zeven bahá’ís die eerder dit jaar gearresteerd werden, leden zijn van een comité dat zorgdraagt voor het welzijn van de circa 300.000 bahá’ís in Iran.

“Het bestaan van dit comité was geen geheim – de regering was hiervan op de hoogte, lang voordat zijn leden gearresteerd werden. Ook weet de Iraanse regering dat deze mensen op geen enkele wijze betrokken zijn bij staatsondermijnende activiteiten”, aldus Dugal. De detenties maken onderdeel uit van een jarenlange, systematische campagne om de bahá’í gemeenschap in Iran uit te roeien: ook de laatste beschuldigingen passen in het stramien van ongefundeerde aanklachten.

Zinspelingen op heimelijke activiteiten door bahá’ís in samenwerking met de staat Israël zijn gewoon onjuist en misleidend. De Iraanse autoriteiten spelen in op het feit dat het Bahá’í Wereldcentrum in het noorden van Israël is gevestigd. De Iraanse regering negeert hiermee volkomen het historische feit dat Iran het centrale punt van het Bahá’í-geloof was totdat in 1853 de autoriteiten aldaar de grondlegger van dit geloof in verbanning wegstuurde en hij uiteindelijk terechtkwam in de gevangenisstad Akko, aan de mediterrane kust, onder Ottomaans-Turks regime. Dat gebied van destijds is nu de staat Israël.

Vele bahá’ís in Iran – de leden van het coördinerende comité voorafgaand aan hun gevangenneming inbegrepen - worden frequent in hechtenis genomen om hen over hun activiteiten te ondervragen. Bahá’ís hebben echter niets te verbergen en antwoorden waarheidsgetrouw wanneer zij ondervraagd worden.

Meer informatie: 
- http://news.bahai.org/story/648  

Algemeen:
- http://bahai.org/persecution/iran
http://www.iranhrdc.org/httpdocs/English/homepage.htm 

home pdf pagina doorsturenprint