BAHA'I-GELOOF

« September 2010 »
SuMoTuWeThFrSa
     
   
             
3 Macht - 167 BE

Herdenking van de marteldood van de Báb

 

Op 9 juli herdenken de bahá'ís de executie van de Báb, Heraut van het Bahá'í Geloof, in 1850 in Tabriz in Irán.

Klik hier voor een video-presentatie (engelstalig).

Hieronder volgt een aantal passages uit 'God Schrijdt Voorbij' van Shoghi Effendi:

... Onmiddellijk voor en vlak na deze vernederende behandeling, de Báb aangedaan, gebeurden er twee hoogst belangrijke voorvallen, die een verhelderend licht werpen op de mysterieuze omstandigheden tijdens de eerste fase van Zijn martelaarschap. De farrásh-báshí had plotseling het laatste vertrouwelijke gesprek onderbroken, dat de Báb onder vier ogen in een van de vertrekken van de kazerne had met Zijn amanuensis Siyyid Husayn, en terwijl hij de laatste opzij trok en hem een strenge schrobbering gaf, werd hij op de volgende wijze door de Gevangene toegesproken. "Slechts als Ik al die dingen tegen hem heb gezegd die ik wens te zeggen, kan enige aardse macht Mij het zwijgen opleggen. Al zou de gehele wereld de wapenen tegen Mij opnemen, dan zal ze toch niet bij machte zijn Mij ervan te weerhouden tot aan het laatste woord Mijn plan te volvoeren". Aan de Christen Sám Khán - de kolonel van het Armeense regiment dat opdracht had de executie uit te voeren - die, vol angst dat hij zich met deze handeling de wrake Gods op de hals zou halen, had gesmeekt hem van zijn taak te ontheffen, gaf de Báb de volgende verzekering, "Volg uw instructies op, en als uw bedoelingen oprecht zijn, kan voorzeker de Almachtige uw dilemma oplossen."

De binnenplaats van de kazerne in Tabríz, Irán
De binnenplaats van de kazerne in Tabríz, Irán

 

Sám Khán ging zich overeenkomstig deze raad van zijn plicht kwijten. Er werd een lange spijker in de pilaar geslagen die twee vertrekken in de kazerne met uitzicht op het plein scheidde. Er werden twee touwen aan vastgemaakt waaraan de Báb en een van Zijn discipelen, de jonge en toegewijde Mírzá Muhammad-'Alí-i-Zunúzí, bijgenaamd Anís die zich eerder al aan de voeten van zijn Meester had geworpen en Hem had gesmeekt onder geen beding van Zijn zijde te worden weggezonden, ieder apart werden opgehangen. Het vuurpeloton stelde zich in drie rijen op, ieder bestaand uit tweehonderdvijftig man. Iedere rij opende om beurten het vuur, totdat het gehele detachement zijn kogels had afgeschoten. De rook uit de lopen van de zevenhonderdvijftig geweren was zo dicht, dat de hemel werd verduisterd. Zodra de rook was opgetrokken, aanschouwde de verstomde menigte van ongeveer tienduizend mensen, die zich op het dak van de kazerne hadden opgesteld alsook boven op de aangrenzende huizen, een toneel dat hun ogen nauwelijks konden geloven.

De Báb was uit het gezicht verdwenen. Alleen Zijn metgezel was er nog, levend en ongeschonden, staande naast de muur waaraan zij waren opgehangen. Alleen de touwen waaraan zij hadden gehangen, waren stuk geschoten. "De Siyyid-i-Báb is uit onze ogen verdwenen"! gilden de verbijsterde toeschouwers. Onmiddellijk begon men naarstig te zoeken. Men vond Hem ongedeerd en onverstoord in hetzelfde vertrek waarin Hij de nacht tevoren had vertoefd, terwijl Hij het onderbroken gesprek met Zijn amanuensis afmaakte. De woorden waarmee de door de voorzienigheid behouden Gevangene de farrásh-báshí bij zijn binnenkomst begroette waren, "Ik heb Mijn gesprek met Siyyid Husayn beëindigd; nu kunt gij uw plan verder uitvoeren". De farrásh-báshí herinnerde zich de boude uitspraak, die de Gevangene eerder die dag had gedaan, en was zo geschokt door deze adembenemende onthulling, dat hij ogenblikkelijk het toneel verliet en zijn functie neerlegde.

Sám Khán herinnerde zich eveneens met gevoelens van ontzag en verbazing de geruststellende woorden die de Báb tot hem had gesproken, gaf zijn mannen bevel de kazerne ogenblikkelijk te verlaten en zwoer toen hij het plein afliep dat hij zoiets nooit meer zou doen, ook al zou het hem zijn leven kosten. Áqá Ján-i-Khamsih, een kolonel van de lijfwacht gas zich vrijwillig op om zijn plaats in te nemen. Aan dezelfde muur en op dezelfde wijze werden de Báb en Zijn metgezel weer opgehangen, terwijl het nieuwe regiment aantrad en het vuur op hen opende. Deze keer echter werden hun lichamen met kogels doorzeefd en volledig stukgeschoten, maar niet hun gezichten die slechts heel licht werden beschadigd. Toen het regiment zich gereed maakte voor het vuren waren de laatste woorden van de Báb en de toekijkende menigte, "O eigenzinnig geslacht, als gij Mij had geloofd zou ieder van u het voorbeeld van deze jongeman die in rang boven de meesten van u staat, hebben gevolgd en zich bereidwillig hebben opgeofferd op Mijn pad. De dag zal komen dat gij Mij zult erkennen; op die dag zal Ik niet meer bij u zijn".

Dit was nog niet alles. Op het moment dat de schoten werden gelost, stak een uitzonderlijk hevige storm op en joeg over de stad. Van het middaguur tot aan de avond verduisterde een wervelwind van stof het licht van de zon en verblindde de ogen van de mensen. In Shíráz vond in 1268 n.H. een "aardbeving" plaats zoals in een belangrijk boek als de Openbaring van Johannes werd voorspeld, die de gehele stad in rep en roer bracht en enorm huishield onder de mensen, een verwoesting die nog werd verergerd door het uitbreken van cholera, hongersnood en andere rampen. In datzelfde jaar vonden tijdens een aardbeving niet minder dan tweehonderdvijftig man van het vuurpeloton dat het regiment van Sám Khán had vervangen tegelijk met hun officieren de dood, terwijl de vijfhonderd overigen als straf voor een muiterij drie jaar later hetzelfde lot ondergingen als zij de Báb hadden aangedaan. Om er zeker van te zijn dat geen van hen in leven was gebleven, werden zij met een tweede salvo doorzeefd, waarna hun lijken, met lansen en speren doorboord, aan de toekijkende bewoners van Tabríz werden getoond. De voornaamste aanstichter tot de dood van de Báb, de onverzoenlijke Amír-Nizám, kwam samen met zijn broer, zijn hoofdmedeplichtige, binnen twee jaar na die barbaarse daad om het leven.

De gracht buiten de stadspoort van Tabríz, Irán
De gracht buiten de stadspoort van Tabríz, Irán

 

Nog op de avond van de dag van de terechtstelling van de Báb, die viel op de 9e juli 1850 (28 Sha'bán 1266 n.H.) in het eenendertigste jaar van Zijn leven en het zevende van Zijn beleid, werden de verminkte lijken van de binnenplaats der kazerne overgebracht naar de kant van de gracht buiten de stadspoort. Vier compagnieën, elk bestaande uit tien schildwachten, werd opgedragen ze om beurten te bewaken. De volgende ochtend bezocht de Russische consul in Tabríz de plek en gaf de hem vergezellende kunstenaar opdracht een tekening te maken van de stoffelijke overblijfselen zoals ze daar langs de gracht lagen. Midden in de nacht van de volgende dag slaagde een volgeling van de Báb, Hájí Sulaymán Khán er door de bemiddeling van een zekere Hájí Alláh-Yár in, de lijken naar een zijdefabriek over te brengen, die aan een van de gelovigen in Milán toebehoorde, en legde ze de volgende dag in een speciaal daarvoor gemaakte houten kist die hij later naar een veilige plaats overbracht. Intussen verkondigden de mullás met veel ophef van de kansel dat in tegenstelling tot het heilige lichaam van de Onbevlekte Imám, dat voor roofdieren en kruipend gedierte zou worden gespaard, het lijk van deze man door wilde beesten was verslonden. Zodra het nieuws van de overbrenging van de stoffelijke overblijfselen van de Báb en Zijn medeslachtoffer aan Bahá'u'lláh was doorgegeven, droeg Hij genoemde Sulaymán Khán op ze naar Tihrán te brengen, waar ze werden overgegeven aan de Imám-Zádih-Hasan, vanwaar ze weer naar verschillende andere plaatsen werden gebracht tot aan de tijd, dat ze, overeenkomstig de instructies van 'Abdu'l-Bahá, naar het Heilige Land werden vervoerd, waar ze voor altijd plechtig door hem werden ter ruste gelegd in een speciaal voor dat doel opgericht mausoleum op de helling van de berg Karmel. ...

De graftombe van de Báb, Haifa, Israël
De graftombe van de Báb Haifa, Israël

Het is werkelijk niet overdreven te zeggen dat wij nergens in de gehele religieuze wereldliteratuur, met uitzondering van de Evangeliën, een verslag vinden betreffende de dood van een godsdienststichter, dat kan werden vergeleken met de marteldood van de Profeet van Shíráz. Zo'n vreemd, zo'n onverklaarbaar wonder dat door ooggetuigen is bevestigd, door mensen van erkend niveau is aangetoond en zowel door de regering als door de onofficiële geschiedschrijvers onder het volk dat een niet aflatende vijandigheid tegen het Bábí Geloof had gezworen is erkend, moet wel worden beschouwd als de wonderbaarlijkste manifestatie van de unieke mogelijkheden waarmee een Beschikking, voorspeld door alle voorgaande Beschikkingen, was begiftigd. Alleen het lijden van Jezus Christus en in feite Zijn gehele openbare beleidstijd biedt een overeenkomst met de zending en de dood van de Báb, een overeenkomst die aan geen enkele student in de wetenschap van de vergelijkende godsdiensten kan ontgaan. In de jeugdigheid en zachtmoedigheid van de Onthuller van de Bábí Beschikking; in de uitzonderlijk korte duur en bewogenheid van Zijn optreden in het openbaar; in de dramatische snelheid waarmee dit zijn climax tegemoet ging; in de apostolische orde die Hij instelde en het primaat dat Hij overdroeg aan een van de leden ervan; in Zijn stoutmoedig wraken van de aloude conventies, riten en wetten die in het patroon van de religie waarin Hij zelf was grootgebracht waren verweven; in de rol die een officieel erkende en stevig verankerde religieuze hiërarchie speelde als voornaamste aanstichter van de smadelijke behandeling die Hij moest ondergaan; in de beledigingen waarmee men Hem overlaadde; in Zijn plotselinge arrestatie; in het verhoor waaraan Hij werd onderworpen; in de bespotting en de geseling die Hij had te verduren; in de beschimpingen die Hij zich door het publiek moest laten welgevallen; en tenslotte Zijn schandelijke ophanging voor de aanblik van een vijandiggezinde menigte - in al deze dingen kan men niet anders dan een opvallende gelijkenis zien met de belangrijke gebeurtenissen in de levensloop van Jezus Christus.

home pdf pagina doorsturenprint