Kuuroord eert 'Abdu'l-Bahá
Op zijn lange reis door het westen verbleef de Perzische wijze 'Abdu'l-Bahá, zoon van de openbaarder van de bahá'í-religie, in 1913 in het liefelijke kuuroord Bad Mergentheim nabij Stuttgart. Daar hoorde hij volgens eigen zeggen voor het eerst sinds de verbanning van zijn familie uit Perzië (1853) de nachtegaal. Mensen die hem op handen droegen, hadden voor de toen al 69-jarige gast logies nabij het kuurpark gevonden en koesterden daarna dierbare herinneringen aan zijn bezoek. Burgemeester en kurdirektor hebben onlangs in dat park een steen met plaquette uit die tijd onthuld die het nazibewind in 1937 had laten verdwijnen.
De leer die 'Abdu'l-Bahá vertegenwoordigde, hield de gelijkwaardigheid in van alle rassen. Volgens burgemeester Lothar Barth beschouwt Bad Mergentheim het als een eer dat 'Abdu'l-Bahá er is geweest, want het Bahá'í-geloof is sindsdien uitgegroeid tot de jongste religie van de mensheid, en dat verdient "gepaste eerbied".
Oorspronkelijke bronnen:
