BAHA'I-GELOOF

« August 2010 »
SuMoTuWeThFrSa
       
             
1 Volmaaktheid - 167 BE

Ontstaansgeschiedenis

 

De Báb (1819-1850)

Voorloper van Bahá'u'lláh

Graftombe van de Bab en Terrassen
Graftombe van de Báb, Haifa, Israël

Op 23 mei 1844 kondigde een jonge man, die later bekend werd als de Báb, in Shiraz, Perzië, de op handen zijnde komst aan van de door alle volkeren der aarde verwachte Boodschapper van God. De titel Báb betekent 'Poort'. De Báb verklaarde dat het Zijn doel was om de mensheid voor te bereiden op de komst van 'Hem Die God zal openbaren' (Bahá'u'lláh).

De heersende Moslim-geestelijkheid reageerde al snel op deze aankondiging met wrede vervolgingen. De Báb werd gearresteerd, geslagen, gevangen gezet en ten slotte op 9 juli 1850 in het openbaar in de noordelijke stad Tabriz door 750 geweren ter dood gebracht. Ongeveer 20.000 van Zijn volgelingen kwamen om bij vervolgingen en bloedbaden in heel Perzië.

De stoffelijke resten van de Báb liggen begraven in een graftombe te midden van prachtige tuinen op de berg Karmel in Haifa, Israël.

 

Bahá'u'lláh (1817-1892)

Bahá'u'lláh is de Stichter van het Bahá'í-geloof. Lees hier meer.

Bahá'u'lláh (Glorie van God) werd geboren in 1817 en was een telg uit één van de meest vooraanstaande families van het oude Perzië. Zijn vader was adviseur aan het Perzische Hof. Bahá'u'lláhs afkomst boden hem een politieke carriëre, maar hij keerde zich daarvan af. Hij werd bekend om zijn edelmoedigheid en beminnelijkheid, die hem zeer geliefd maakten bij zijn landgenoten.

Nadat Bahá'u'lláh bekend had gemaakt dat hij de zending van de Báb steunde, duurde zijn bevoorrechte positie niet lang meer. Overspoeld door golven van geweld die na de executie van de Báb tegen zijn volgelingen ontketend werden, verloor Bahá'u'lláh niet alleen zijn bezittingen maar moest hij ook gevangenschap, martelingen en verbanningen ondergaan. De eerste verbanning bracht Hem naar Bagdad, waar hij zich in 1863 bekendmaakte als degene die door de Báb beloofd was. Van Bagdad werd Bahá'u'lláh verbannen naar Constantinopel (Istanboel), Adrianopel (Edirne) en tenslotte naar Akko in het toenmalige Palestina, waar hij in 1868 als gevangene aankwam.

Bahá'u'lláh heeft vanuit Adrianopel en Akko brieven geschreven aan de toenmalige heersers van de wereld. Deze brieven behoren tot de meest opmerkelijke documenten in de godsdienstgeschiedenis. Ze kondigden de eenwording aan van de mensheid en het ontstaan van een wereldbeschaving. Op deze leiders van de wereld van de negentiende eeuw werd een beroep gedaan hun geschillen bij te leggen, hun bewapening te verminderen en hun energie aan de vestiging van wereldvrede te wijden.

Bahá'u'lláh overleed in 1892, even ten noorden van Akko, Israël, en is hier ook begraven. Zijn leringen begonnen toen al buiten de grenzen van het Midden-Oosten bekend te worden en zijn graftombe is de meest heilige plek voor de bahá'ís.

 

'Abdu'l-Bahá (1844-1921)

Het Voorbeeld

Abdu'l-Bahá

Vanaf zijn vroegste jeugd deelde Abbás Effendi, de oudste zoon van Bahá'u'lláh in het lijden en de verbanningen van zijn Vader. Hij koos de titel Abdu'l-Bahá, hetgeen betekent "Dienaar van Bahá'í" ofwel Dienaar van Bahá'u'lláh .

Bahá'u'lláh wees hem aan als de bevoegde uitlegger van de bahá'í-leringen en als Hoofd van het geloof na Zijn overlijden. Abdu'l-Bahá wordt beschouwd als het perfecte voorbeeld van de bahá'í-levenswijze.

Terwijl Abdu'l-Bahá nog een gevangene van het Ottomaanse Rijk was kwamen in 1889 de eerste pelgrims uit de westerse wereld naar Akko. Na zijn vrijlating in 1908 ondernam Abdu'l-Bahá een aantal reizen die hem van 1911-1913 naar Europa en Amerika brachten. Daar verkondigde hij Bahá'u'lláh's boodschap van eenheid en sociale gerechtigheid aan kerkgenootschappen, vredesbewegingen, leden van vakverenigingen, universitaire faculteiten, journalisten, regeringsfunctionarissen en in veel publieke bijeenkomsten.

Abdu'l-Bahá overleed in 1921; tijdens zijn leven heeft hij de fundamenten van het Bahá'í-geloof versterkt en het op grote schaal verspreidt. Hij ligt begraven in een van de noordelijke kamers van de graftombe van de Báb, op de berg Karmel in Haifa, Israël.

 

Shoghi Effendi (1897-1957)

Shoghi EffendiIn zijn testament heeft Abdu'l-Bahá zijn kleinzoon, Shoghi Effendi Rabbani, tot Behoeder van het Bahá'í-geloof benoemd. Shoghi Effendi voerde deze taak uit tot zijn dood in 1957.

Gedurende deze zesendertig jaar heeft de Behoeder veel Geschriften van Bahá'u'lláh en Abdu'l-Bahá in het Engels vertaald, hun betekenis toegelicht, de vorming van plaatselijke en nationale bahá'í-instellingen aangemoedigd. Hij gaf leiding aan een reeks plannen die tot doel hadden de bahá'í-idealen over de gehele wereld te verspreiden.

De prachtige omgeving die hij schiep voor het wereldcentrum van het Bahá'í-geloof in het Heilig Land vormt een blijvend gedenkteken aan de Behoeder.

De voltooiing van de graftombe van de Báb was zijn werk, evenals de bouw van het internationale archiefgebouw, waar de authentieke Geschriften van het Geloof worden bewaard.

Shoghi Effendi heeft ook de eerste prachtige tuinen in Bahjí bij Akko en op de hellingen van de berg Karmel ontworpen en aangelegd.

home pdf pagina doorsturenprint