Eenheid van de Mensheid
Het doel van het Bahá’í-geloof is de mensheid verenigen. In de bahá'í-leringen wordt ons verteld dat we de vruchten van één boom en de bladeren van één tak zijn. Hoewel we lichamelijk en emotioneel van elkaar verschillen, hoewel we verschillende talenten en capaciteiten hebben, ontspringen we allemaal aan dezelfde wortel; behoren we allemaal tot dezelfde mensenfamilie.
De mensheid kan vergeleken worden met een enorme tuin waarin zij aan zij bloemen groeien van elke vorm, kleur en geur. De charme en schoonheid van de tuin berusten op deze verscheidenheid. We moeten niet toestaan dat de verschillen die tussen ons bestaan - in onze lichamelijke kenmerken, ons temperament, onze achtergrond, onze gedachten en meningen - aanleiding zijn tot conflicten en strijd. We moeten de leden van het menselijke ras zien als mooie bloemen in de tuin van de mensheid en ons erin verheugen dat we bij deze tuin horen.
Streven naar Eenheid
“Bahá'u'lláh heeft de cirkel van eenheid getrokken; Hij heeft een ontwerp gemaakt voor de eenwording van alle volkeren en voor het bijeenbrengen van hen allen onder de bescherming van de tent van universele eenheid. Dit is het werk van de goddelijke Milddadigheid en wij moeten ons allen met hart en ziel inspannen, totdat wij de werkelijkheid van eenheid in ons midden hebben en naar gelang wij werken, zo zal ons kracht worden geschonken.”
– ‘Abdu’l-Bahá
Hoewel de eenheid van de mensheid een onloochenbare waarheid is, staan de mensen op de aarde er zover vanaf dat het verenigen van hen geen gemakkelijke taak is. Als je ervoor kiest om je aan te sluiten bij de bahá'í-gemeenschap, zul je met de rest van ons deelnemen aan onze inspanningen om eenheid op te bouwen en te handhaven. We spannen ons allemaal in om onze gedachten en daden op één lijn te brengen met ons geloof in de eenheid van de mensheid. Er is ons verteld dat, wanneer een oorlogsgedachte in ons opkomt, we die moeten vervangen door een vredesgedachte. Wanneer een gevoel van haat vorm begint aan te nemen in ons hart moeten we die onmiddellijk vervangen door een gevoel van liefde.
We moeten al het mogelijke doen om onze vooroordelen te overwinnen. Vooroordelen van ras, huidskleur, nationaliteit, cultuur, religie en sekse behoren tot de grootste belemmeringen voor het opbouwen van een betere wereld. Zoveel passages in de Bahá'í-geschriften leren ons hoe we de paden van eenheid moeten bewandelen en hoe we anderen moeten helpen om hetzelfde pad te kiezen.




