Vervolging van de bahá’ís: Iran onderdrukt de komst van Gods nieuwe tijden
De campagne van het “Khomeinisme” tegen de bahá’ís in Iran gaat met voortdurende uitwassen gepaard. In Kirman, een stad in het midden van het land, worden bedrijfsvergunningen niet verlengd waardoor de houder als bahá’í geen volledige burgerrechten geniet. Ook uit de noordelijke provincies Mazandaran en Golestan worden opnieuw lelijke acties gemeld die de stelselmatige verpaupering van bahá’ís tot doel hebben.
Wie in God gelooft en dat Mohammed van Hem getuigt, maar niet gelooft dat de Profeet de laatste “Rasul ‘Allah” (Profeet van God) is geweest (en dit ook niet zegt); dat daarmee de openbaring van God niet afgesloten kan zijn omdat nieuwe tijden nieuwe denkbeelden vereisen, die verliest in Iran zijn baan bij overheidsdiensten en bedrijven die bij het gezag goed aangeschreven willen staan; mag zijn kinderen niet langer laten studeren; loopt gevaar om beroep, winkel of bedrijfje te verliezen en daarmee de middelen van bestaan. Daarnaast dreigt er intimidatie, gevangenis, brandstichting en zelfs schending van het graf van nabestaanden.
De moellah’s en hun handlangers beweren dat God ze om hun misdaden prijst. Terwijl de Islam de “99 schone Namen van God” kent, waaronder “Ar-Rahman” (De Barmhartigste), “Al-Halim” (De Verdraagzame) en “Al-Barr” (De Rechtvaardige). Geen van Gods kenmerken houdt rechtvaardiging in van onmenselijkheden zoals die in Iran aan de orde van de dag zijn.
Geweld als staatssysteem van een “godstaat”.
Op de website www.en.wikipedia.org/wiki/
Persecution_of_Bahá'ís staat een artikel over statements sinds 1979 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Europese Unie en vele parlementen en regeringen over de onderdrukking van bahá’ís en andere minderheden in de Islamitische Republiek van Iran. De politiek van Iran “is uniek in de wereld”, vermeldt het wereldwijde weblexicon. Korangeleerden hebben de eigenlijke macht; “Religieus Leider” en geestelijke “Raad van Hoeders” nemen de eigenlijke beslissingen, ze staan boven de “gekozen” president en de “Majlis van Iran”, een volksraad van gescreende volksvertegenwoordigers. Het is alsof in een westers land een paus met een synode van bisschoppen het voor het zeggen zouden hebben. Wie niet voldoet aan de leer van de theocraten in de moskeeënstad Qom zit in het verdomhoekje van de staat.
De Mahdi komt of is allengs gekomen
De Iraanse theocratie baseert op het “Twaalver sjiisme” dat in de 16e eeuw tot staatsreligie werd verheven en met harde hand de weg meent te banen voor de komst van de Mahdi (Beloofde),het einde der tijden. De achterban van leider, hoeders en de huidige president van Iran denken dat wij dicht voor dat moment staan en zij dan in het centrum van de godsmacht staan. Daarentegen houden de bahá’ís het erop dat dit moment al ruim anderhalve eeuw geleden gepasseerd is.
Geloof in één wereld onder één God
Bahá’ís zijn voor Iraanse moellahs gevaarlijk omdat zij sinds anderhalve eeuw geloven dat God een Boek heeft toegevoegd aan de reeks waarvan de Koran de laatste editie was. De komst van de mystieke Mahdi wordt daarin trouwens niet vermeld. In 1844 (het apocalyptisch jaar 1270 in de tijdrekening van de Islam) verscheen er in de stad Shiraz, de Báb om het einde der tijden en het begin van nieuwe tijden te verkondigen. Dit leidde tot een volksbeweging met twintigduizend martelaren. Om hun vernieuwd geloof in één God, één mensheid en één gezamenlijke rang van alle wetgevende profeten - de “Manifestaties van God”- werden tienduizenden Perzen door hun medemensen gedood en door overheden opgesloten, verbannen en in grote en kleine pogroms vervolgd. De Báb stierf in 1850 voor een executiepeloton. Hij had de komst van de Beloofde van alle volkeren aangekondigd.
Confrontatie met het Onverwachte
De edelman Mirza Husayn Ali werd als vooraanstaande volgeling van de Báb in 1853 in Teheran in zware ketens gelegd en na interventie van Rusland met gezin en huishouding uit Perzië verbannen. Tien jaar later openbaarde hij in Bagdad, aan de “oevers van Babylon”, degene te zijn die voor de komende duizend jaar Gods Manifestatie op aarde is.
Bahá’u’lláh overleed na veertig jaar ellende in de Ottomaanse strafkolonie ‘Akká, nu Akko in Israël, naast het Galilea van Jezus de Nazarener. Hij schreef, dicteerde en signeerde nieuwe denkbeelden en leefregels voor een vreedzame wereld: de Verenigde Naties van de vrede op aarde waar alle Profeten naartoe hebben gewerkt. Christenen bidden voor dit “rijk” in het ”Onze Vader”; joden, christenen en moslims zijn hierover in dialoog getreden. “Wij zijn vanuit ons mens-zijn geroepen ons in te zetten voor vrede”, luidt een statement van de Raad van Kerken in Nederland.
Waarom de tijd zo verontrustend is als ze is
Bahá’ís beschouwen de jongste goddelijke openbaring waar hun denkbeelden op berusten, als de eigenlijke oorzaak van de plotselinge veranderingen in de wereld; de nieuwe inzichten in vele hoofden; dreigende wereldcrises die er nooit eerder op deze schaal waren; dwingende noodzakelijkheden en ontwikkelingen in het wereldpolitiek bestel; de aardverschuivingen in ’s mensen kijk op hemel, materie, zijn eigen ontstaan en al die baanbrekende uitvindingen die de mensenwereld totaal veranderen. Bahá’ís zien hierin hoe God te werk gaat om de aarde verlicht en één te maken. Er moet ook volgens de politiek een nieuwe wereldorde komen, voor het eerst op wereldschaal.
Ook nu weer verzetten zich heersende geestesmachten tegen Gods wil en vertragen de voorwaartse beweging die de mens moet maken. Wat er in Iran gebeurt, waar het Bahá’í-geloof is ontstaan, is het schrijnend voorbeeld van achterlijkheid.
Bronnen:
- http://news.bahai.org/story/884
- http://www.bahaullah.org
