Bangladesh: openbare erkenning bahá’í-privaatrecht
Negentig percent van de 164 miljoen inwoners van Bangladesh is moslim, 12 procent hindoe. Daarnaast kent het land twee grotere minderheden – boeddhisten en christenen. De naar schatting 13.000 volgelingen van de nieuwe Bahá’í-religie vormen dus verhoudingsgewijs een piepkleine groep burgers. Desalniettemin erkent de staat het familie- en persoonsrecht van de wereldwijd georganiseerde gemeenschap van de bahá’ís.
In de hoofdstad Dhaka, heeft onlangs bij de Hoge Raad een officiële bijscholing plaatsgevonden in bahá’í-rechten. De religie die op de Islam volgt, is in de jaren ’20 van de vorige eeuw Bangladesh binnengekomen. Er bestaat sinds 1972 een Nationale Geestelijke Raad van de Bahá’ís.
Zoals in vele landen vallen familiezaken onder de religieuze rechtspraak van betrokkenen bij huwelijken, scheidingen, alimentatie, nalatenschap en adoptie. Als bahá’ís juridisch hulp vragen, moeten rechters en advocaten voldoende bekend zijn met de wetten van Bahá’u’lláh. 180 juristen van de staande en zittende magistratuur en uit de advocatuur hebben aan de bijscholing in het nieuwe godrecht van huwelijk en erfenis deelgenomen.


