Iran: Advocate voor de mensenrechten in Nederland
Ontdek

Een nadere kennismaking...
Activiteiten

Wat gebeurt er in Nederland...
Verdiepen

Belangrijkste leringen, instituten...
Toen en nu

In vogelvlucht van toen naar nu...
Nieuws & Media

Publicatiemateriaal, nieuwsbrieven...
Kalender « Mei 2012 »
« Mei 2012 »
ZoMaDiWoDoVrZa
   
   
             
5 Grootheid - 169 BE
home- Iran: Advocate voor de mensenrechten in Nederland
Send letter Print PDF

Iran: Advocate voor de mensenrechten in Nederland

Shirin-Ebadi-in-Nederland.jpg
Dr. Shirin Ebadi en minister van Buitenlandse Zaken, Mr. Uri Rosenthal, mevrouw Maryam Moosavi, tolk en de heer Martijn Adelaar.

Fotograaf: Aad Meijer.

Terwijl Nederland en de EU “alle opties voor Iran open houden” (minister Uri Rosenthal), vraagt de mensenrechtenadvocate Shirin Ebadi haar volk te ontzien maar de dictatoren van haar land fysieke en financiële bewegingsvrijheid te ontnemen, want: “Iran smeult onder het oppervlak”. De “Groene oppositiebeweging” van 2009 wordt door “zwaar staatsgeweld” onderdrukt. Ook de religiositeit van Iran zal democratie kunnen voortbrengen. Alle religies hebben een verenigende geestelijke kern. Het huidige Iran is politiek gevaarlijk – in Syrië, de Gazastrook, in Libanon met Hezbollah - maar als atoommacht is Teheran slechts een tijger van papier. Een Iraanse atoombom op Israël zal Palestijnse levens kosten, en een aanval op Europa “krijgen ze dan honderdmaal terugbetaald.” 

De vredesadvocate “woont op vliegvelden”, is “300 dagen onderweg”, verblijft verder in haar Canadees exil, te midden van tienduizenden landgenoten, waaronder vele bahá’ís die na de revolutie hun vaderland hebben verlaten. Dr. Ebadi heeft met haar bureau vooraanstaande leden van de bahá’í-religie trachten te verdedigen. Van haar vader leerde ze idealen te hebben en onderdrukten bij te staan. Ze vocht voor de mensenrechten in haar land en kreeg In 2003 de Nobelprijs voor de vrede. Het bijbehorende geldbedrag heeft het regime haar afgepakt, samen met ander privébezit.

Begin van de maand was ze drie dagen op uitnodiging van de Nederlandse Bahá’í-gemeenschap en Open Doors International in Nederland. Het ministerie van Buitenlandse Zaken had voor een spreekbeurt “De Balie” in Amsterdam gereserveerd. Onder andere noemde ze er de onderdrukking van de bahá’ís een “culturele genocide”. Tijdens een lunch met Amsterdamse rechtsgeleerden, vroeg ze Europa de dictatoren uit Teheran “niet langer te ondersteunen”; geen deals meer te sluiten met misdadige leden van de Iraanse overheid die zich achter diplomatieke bescherming verbergen; geen middelen meer aan Iran te leveren waarmee het volk onderdrukt kan worden. Prof. dr. Bert Kersten, een bahá’í, was tafelpreses van de hoogleraren.

Minister Rosenthal ontving dr. Ebadi op het ministerie. De Rijksvoorlichtingsdienst maakte er melding van. Zij had ook een ontmoeting met de Vaste commissie voorBuitenlandse Zaken. Ook daar sprak ze over Iran als een verarmd land waarvan de heersers door corruptie en willekeur populariteit verliezen en de rechten van de mens met voeten treden.  Sarah Vader van Bahá’í International Community en Arie de Pater van de christelijke organisatie “Open Doors International” droegen met informatie bij tot de onderlinge gesprekken. Henk Jan Ormel (CDA), voorzitter bij deze speciale ontmoeting, diende enkele dagen later in de Tweede Kamer de volgende motie in tegen de Iraanse mensenrechtenschenders, die unaniem werd aangenomen: 

“Voorzitter. De CDA-fractie heeft in het algemeen overleg over dit onderwerp haar grote zorg uitgesproken over de ontwikkelingen rond de nucleaire illegale activiteiten van Iran en over de mensenrechten in Iran. Wij hebben te maken met een regime waaronder het Iraanse volk wellicht nog het meest van al te lijden heeft. Het gaat niet alleen om de nucleaire dreiging, maar vooral ook om de grote mensenrechtenschendingen. Wij hebben in het debat aandacht gevraagd voor de positie van religieuze minderheidsgroeperingen, zoals de bahá'ís en de bekeerde christenen. Wij hebben aandacht gevraagd voor kinderen. In Iran is een meisje van negen jaar of een jongen van vijftien jaar al meerderjarig en kan zij of hij worden opgehangen. In dat kader dien ik de volgende motie in, mede namens de collegae Voordewind en Van der Staaij.”

“De Kamer, gehoord de beraadslagingen, van mening dat de mensenrechtensituatie voor velen in de Iraanse samenleving uitermate zorgwekkend is; van mening dat dit naast de grote zorgen over de nucleaire ontwikkelingen ook de volle aandacht van de internationale gemeenschap moet hebben; verzoekt de regering in EU verband te bevorderen dat Iraanse mensenrechtenschenders onder hetzelfde verscherpte EU sanctieregime gaan vallen dat van toepassing is voor personen die in verband worden gebracht met illegale nucleaire activiteiten, en gaat over tot de orde van de dag.”

Aan het begin van haar bezoek aan Nederland had mevrouw Ebadi een ontmoeting met de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá’ís van Nederland, en vertegenwoordigers van de Protestantse Kerk Nederland en Open Doors International. In het Bahá’í-centrum in Den Haag vond ook een interview plaats met het tv-programma “Nieuwsuur” over het onrecht dat de geestelijke staatsmacht in Iran een gehele bevolkingsgroep aandoet, met een beroep op God.

Met wereldwijde campagnes trachten organisaties hun medemensen bewust te maken van het lot van de mensen in Iran, zodat misschien ook zij hun stem willen laten horen. Zie: www.can-you-solve-this.org/nl.

© 2012 Bahá’í-gemeenschap Nederland  /  Bahá’í International Community