Iran: VN-secretaris appelleert opnieuw aan Teheran

Voor het vierde achtereenvolgende jaar heeft VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon zware kritiek geuit op Iran, waar de schendingen van mensenrechten in de afgelopen twaalf maanden “zijn gecontinueerd en geïntensiveerd”. Hij zei “ernstig verontrust” te zijn door recente ontwikkelingen die wijzen op een aanzienlijke toename van doodstraffen, oneerlijke rechtszaken, martelingen, willekeurige arrestaties en het gevangen houden van mensen. Ban Ki-moon pleitte voor “de belangrijke en constructieve rol die mensenrechtenadvocaten en activisten spelen”, en meer ruimte voor hun werk.
In dit verband memoreerde de secretaris-generaal zijn “ernstige bezorgdheid” over de voortdurende onderdrukking van de Iraanse bahá'í-gemeenschap. Haar discriminatie heeft dit jaar een dieptepunt bereikt, met de arrestatie in zeven steden van mensen die zich om een informele academische opleiding bekommerden voor bahá’ís die uitgesloten zijn van hoger onderwijs.
Ban Ki-moon attendeerde ook nog eens op het lot van de zeven bahá'í-leiders die na een schijnproces tot twintig jaar cel werden veroordeeld. “De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten heeft deze zaak diverse keren in brieven en tijdens bijeenkomsten met de Iraanse autoriteiten naar voren gebracht en de bezorgdheid uitgesproken over het feit dat de processen niet voldoen aan de eisen voor een eerlijk proces”, aldus de secretaris-generaal. – “Wij hopen dat de wereldgemeenschap (-) door zal gaan met haar pogingen om Iran er toe te bewegen een eind te maken aan de onrechtvaardige vervolging van haar eigen burgers’, aldus Bani Dugal, de woordvoerster van het Bahá’í-geloof bij de Verenigde Naties.
De bahá’ís zijn sinds 1948 als niet-gouvernementele organisatie bij de VN geaccrediteerd, met adviserende status bij de Economische en Sociale Raad en UNICEF.
