De Bahá’í-tuinen van Haifa: het “voornaamste wonder van Israël”
Ontdek

Een nadere kennismaking...
Activiteiten

Wat gebeurt er in Nederland...
Verdiepen

Belangrijkste leringen, instituten...
Toen en nu

In vogelvlucht van toen naar nu...
Nieuws & Media

Publicatiemateriaal, nieuwsbrieven...
Kalender « Mei 2012 »
« Mei 2012 »
ZoMaDiWoDoVrZa
   
   
             
5 Grootheid - 169 BE
home- De Bahá’í-tuinen van Haifa: het “voornaamste wonder van Israël”
Send letter Print PDF

De Bahá’í-tuinen van Haifa: het “voornaamste wonder van Israël”

De bahá’í-tuinen van Haifa zijn na een nationale opiniepeiling uitgeroepen tot “het voornaamste wonder van Israël”. Ze zijn vanaf 1921 aangelegd door de toenmalige Behoeder van het Bahá’í-geloof, ter ere van de Heraut van nieuwe tijden. Een jonge koopman had zich in 1844, op 25-jarige leeftijd, in de Perzische stad Shiraz als Poort (“de Báb”) naar een nieuw tijdperk geopenbaard. Zes jaar later werd hij in het openbaar geëxecuteerd wegens godslastering. Zoals Johannes de Doper in het Evangelie van Matteüs, belichaamde hij de geest van Elia die aan de voet van de Karmel tegen de ongelovigen voor God had gestreden.

De stoffelijke resten van de Báb werden in 1907 van Perzië naar de berg Karmel overgebracht. Dat gebeurde in opdracht van een Perzische balling uit de nabije strafkolonie Akko die de wereld sinds 1863 met een schokkende aanspraak confronteert: de Beloofde te zijn van alle volkeren – de Heerlijkheid Gods, in het Arabisch: Bahá’u’lláh. De stichter van ’s werelds jongste godsdienst overleed in 1892. Op een van zijn tochten naar de Berg Karmel had Hij de plek voor de laatste rustplaats van de Báb aangewezen. Op die plek staat thans de gouden koepel van de graftempel van Zijn heraut.   ‘Abdu’l-Bahá, de oudste zoon en geestelijk erfgenaam van Bahá’u’lláh, rust in een (tijdelijke)   grafkamer aan de westkant van de tombe van de Báb.      

In een reactie op de onderscheiding van het publiek noemde de burgemeester van Haifa, Yona, Yahav, de bahá’í-tuinen “het grootste geschenk dat Haifa ooit heeft ontvangen”. Drie jaar geleden werden die heilige tuinen op voorstel van Israël tot erfgoed van de mensheid verklaard en op de site van de UNESCO “het achtste wereldwonder” genoemd.

Israël kent, behalve het heiligdom van de bahá’ís op de Karmel, naar eigen zeggen nog zes andere “wonderen”: de Dode Zee; de Tempelmuur in Jeruzalem; de vestingruïnes van Massada; het koraalrif van Eilat aan de Rode Zee; de kleine druipsteengrot van Soreq in het Avshalom-reservaat ten westen van Jeruzalem; en het park van de Rothschild Development Corporation van Caesarea.
  
Bron:
- http://www.israelnationalnews.com/News/
Flash.aspx/221322#.ToOBs3PQWaB

Meer: http://www.ganbahai.org.il/en

© 2012 Bahá’í-gemeenschap Nederland  /  Bahá’í International Community