Intimidaties stoppen niet
De strijd van Iran tegen zijn burgers die iets anders geloven
Zelfs de doden worden niet met rust gelaten
Onrustbarende berichten over verstoringen van bahá’í-begrafenissen en schendingen van begraafplaatsen zijn indicaties voor vervolging van de daders op godsdienstige gronden en niet het gevolg van bedreigingen door bahá’ís, zoals vertegenwoordigers van Iraanse plaatselijke overheden beweren. In Tabriz mocht een familie onlangs een overledene niet als een bahá’í begraven, in een gedegen kist, maar moest de dode als een moslim ter aarde worden besteld – in een dodenkleed. Bovendien werd het stoffelijk overschot 48 uur in beslag genomen zodat de familie niet kon uitwijken naar een andere begraafplaats.
Arrestaties en veroordelingen
Sinds 2004 zijn 448 bahá’ís gearresteerd; 108 zitten nog wegens hun geloof in de gevangenis. De aanklachten tegen 380 bahá’ís zijn nog onder de rechter. In juli werden drie bahá’ís uit de plattelandsgemeente Kata en een boer uit de stad Yasouj aangehouden, ogenschijnlijk om hen van hun boerderijen te verdrijven.
Economische druk neemt toe
De economische druk op de bahá’í-gemeenschap van Iran blijft acuut. Overheden ontnemen bahá’ís hun banen en vergunningen. Bij de overheid mogen bahá’ís al sinds het begin van de islamitische revolutie (1979) niet meer werken. Een beroepsverbod geldt ook voor voormalige ambtenaren van justitie en het onderwijs. In een recent geval in de havenstad Abadan kreeg een juwelier onlangs te horen dat hij geen sieraden, horloges of brillen méér mag verkopen. De zakenman had 24 uur om zijn bedrijf op te doeken.

