Regime brengt schande over Iran
Het Internationale Verbond voor de Mensenrechten (FIDH), de Iraanse Liga voor de Mensenrechten (LDDHI) en het Centrum voor de Verdediging van de Mensenrechten (DHRC) hebben de toestand van de leiders van de bahá’í-gemeenschap als “alarmerend verslechterend” omschreven. Zij zeggen dat de wereld een “zware plicht” heeft om daar aandacht aan te besteden. Het bestaan van de bahá’ís van Iran staat bloot aan gewelddadige erosie. Het FIHD had in februari gemeld dat de bahá’ís in de Iraanse staatsgevangenis in “ernstig gevaar” verkeren. De wereldorganisatie voor de mensenrechten dringt er ook namens aangesloten verbanden erop aan dat de VN een Speciale Afgezant voor Iran bij de Raad voor de Mensenrechten benoemd.
De minister voor Buitenlandse Zaken van de V.S. Hillary Clinton heeft in de spoedvergadering van de Raad voor de Mensenrechten over de toestanden in Libië, op 28 februari in Genève, het regime van Iran opnieuw aan de kaak gesteld. Die overheid voert volgens mrs. Clinton “een georganiseerde intimidatiecampagne” (“organized intimidation campaign”) tegen bahá’ís als godsdienstige dissidenten. Tijdens het debat had de vertegenwoordiger van Iran het bloedige optreden van de Libische leider tegen zijn eigen burgers veroordeeld, zonder stil te staan bij het stelselmatig fysiek en geestelijk geweld in zijn eigen land waar vooral bahá’ís aan blootstaan. De volksopstanden in het Midden-Oosten discrediteren “regionale extremisten” en tonen aan dat ook diep ingrijpende veranderingen zonder geweld kunnen worden bevochten, aldus minister Clinton.
Bron (ook voor actueel nieuws): http://www.iranpresswatch.org
