Iran: regime stookt buren tegen buren op
In de Iraanse tapijtenstad Rafsanjan, provincie Kirman, is een campagne aan de gang om het samenleven tussen moslims en bahá’ís verder te ontwrichten. Buren worden tegen “leden van de misleide sekte” opgezet die zogenaamd vriendschap zoeken en jonge mensen misleiden door ze als leerlingen een ambacht te leren. In twintig huizen en werkplaatsen van bahá’ís werd brand gesticht. Zelfs de sites over het Bahá’í-geloof op het internet worden als bedreiging gezien. Volgelingen van die nieuwe godsdienst leven sinds anderhalve eeuw in Perzië. Dat bahá’ís door hun geloof tot zelfstandig denken worden aangezet, niets van vooroordelen tussen buren en volkeren willen weten, man en vrouw gelijkwaardig vinden en geen geestelijken kennen, is het heersende islamistische systeem een ergernis.
De onderdrukking van de andersgelovigen is sinds de revolutie van 1979 staatsbeleid. De huidige overheid van Iran tracht de religie van Bahá’u’lláh uit te roeien. De jongste openbaring van God aan een ontwakende mensheid wordt door de Iraanse schriftgeleerden met een fanatieke theologie bestreden die haar notoire gewelddadigheid als welgevallige daad ervaart en de goedgelovigen predikt .
