VS: wegbereiders van een meer onbevooroordeeld Amerika
In het kader van de Maand van de “Afrikaans-Amerikaanse Geschiedenis” in de VS heeft de bahá’í-gemeenschap een eregalerie van zwarte burgers gepubliceerd die zich in bijzondere mate voor de interraciale samenleving hebben ingezet. Bahá’ís streven naar de geleefde eenheid van alle mensen. “Gij zijt allen de vruchten van één boom”, leert Bahá’u’lláh. Hij geldt als Gods boodschapper die godsdiensten uit het verleden pas in de toekomst verwachten. Bahá’ís verbindt het inzicht dat die komst zich tussen 1844 en 1892 heeft voorgedaan en tot de omwentelingen sindsdien heeft geleid.
Een van de eerste zwarte bahá’ís was Louis G. Gregory (1874-1951) die postuum werd benoemd tot een van de vijftig “Handen van de Zaak van God”. Hij werkte aan het begin van de 20e eeuw voor de Amerikaanse schatkist in Washington, trouwde tegen de heersende regels met blanke Louisa Mathew uit Engeland en werd in 1912 als eerste zwarte in het landelijke bestuur van de bahá’ís gekozen. In 2003 werd in Charleston, South Dacota, een museum aan het leven van deze baanbrekende bahá’í gewijd.
Alain LeRoy Locke (1885-1954), een zwarte filosoof van Harvard, publiceerde over de “Harlem Revolution” en het “culturele pluralism” en schreef na zijn bekering tot het Bahá’í-geloof in 1931: “De intellectuele kern van de problemen rond de vrede zal de ontdekking zijn van gezamenlijke kenmerken waaronder een democratische wereld op globale schaal.”
Helen Elsie Austin (1908-2004) behoorde als eerste zwarte tot de topjuristen en diplomaten van de Amerikaanse overheid, was als jonge vrouw bahá’í geworden, behoorde tot de oprichtsters van de "African and American Women’s Association” en vocht gedurende zeventig jaar in de voorste linie voor gelijke burgerrechten voor zwart en blank.
Tot de eerste generaties bahá’ís van de Verenigde Staten van Amerika behoren ook zwarte kunstenaars en sportlieden. Dizzy Gillespie (1917-1993), een trompetlegende van de jazz, werd naar eigen woorden door het Bahá’í-geloof “een ander mens tegenover god, het gezin en de medemens”.
William H. “Smitty” Smith (1946-2011) doorbrak de kleurengrens in het sportleven op de colleges in de Zuidstaten en speelde een vooraanstaande rol bij de erkenning door het House of Congress van de zwarte Amerikanen op de slagvelden, de “Invisible Soldiers” met hun “unheard Voices”.
De beroemde choreograaf Fayard Nicholas (1914-2006) leerde enkele jaren voor zijn dood ook Michael Jackson nog de finesses van de acrobatische tapdans. De Amerikanen rekenen hem tot hun “History makers”.
