Hongarije: Roma’s gaan op bijles
Het landloze volk dat zich sinds zijn eerste wereldwijde bijeenkomst te Londen in 1974 Roma en Sinti noemt, na als “zigeuners”, “gitanes” of “gypsies” sinds de middeleeuwen door de Europese geschiedenis te zijn getrokken, vormt nog steeds een achtergestelde groep, vooral op de Balkan.
Op initiatief van de bahá’í-gemeenschap van Hongarije kunnen Romavrouwen en -meisjes zich sinds 2003 tot “Mesed” laten opleiden – een acronym voor “Meselo Edes Anyak”, “verhalenmoeders”. Daartoe moeten ze eerst leren lezen en schrijven. Veel Romavrouwen blijven als analfabeten in een traditionele achterstand steken en geven dit door aan hun kinderen die daardoor weer op school achterblijven.
Het project “Mesed” doorbreekt deze vicieuze cirkel in acht Hongaarse steden. Met hun zelfvertrouwen als “voorleesmoeder” groeien vrouwen op de maatschappelijke ladder. Bij bahá’ís worden meisjes in de schoolopleiding tegenover jongens voorgetrokken als de ouders financieel een keuze moeten maken. Meisjes zijn potentieel de draagsters en eerste opvoeders van de toekomstige generatie. – Roma en Sinti zijn oorspronkelijk de nakomelingen van een legerkaste van de maharadja’s van Punjab en Sindh, staten die nu gedeeld zijn tussen Pakistan en India.
