Iran: vonnis in Teheran 20 jaar kerker voor onschuldige mensen
Het bureau van de Bahá’í International Community bij de Verenigde Naties heeft het bericht ontvangen dat alle zeven leden van de waarnemende leiding van de bahá’ís in Iran in Teheran tot een vrijheidsstraf van 20 jaar zijn veroordeeld. De twee vrouwen en vijf mannen zijn sinds het voorjaar van 2008 op beschuldiging van activiteiten tegen de islamitische staat en zijn godsdienst in het beruchte justitiële inrichting van Evin opgesloten. “Indien de berichtgeving juist blijkt te zijn, is de uitkomst diep schokkend voor onschuldige en argeloze mensen,” aldus Bani Dugal, woordvoerster van het BIC-bureau.
De gevangenen, Fariba Kamalabadi, Jamaloddin Khanjani, Afif Naeimi, Saeid Rezaie, Mahvash Sabet, Behrouz Tavakkoli en Vahid Tizfahm hadden minimale hulp geboden aan de driehonderdduizend burgers van Iran die de grootste niet-moslimse minderheid vormen. Het Bahá’í-geloof als Gods nieuwe openbaring wordt in Iran sinds 1844 door orthodoxe sjiitische geestelijken met alle middelen bestreden. Naar verluidt zijn de zeven gevangenen van hun veroordeling op de hoogte en overwegen hun advocaten tegen het vonnis in beroep te gaan. – Het lot van de “Zeven van Teheran” heeft in de gehele beschaafde wereld tot demarches en demonstraties tegen de overheid van de Islamitische Republiek Iran geleid.
In alle landen bidden mensen tot God om het lot van zeven onschuldige en vrome vrouwen en mannen die in Iran twintig jaar gevangenisstraf hebben gekregen omdat zij vervolgde medegelovigen menselijk hebben willen bijstaan.
Staten en organisaties protesteren
Het bericht over de veroordeling van de bahá’í werd door regeringen en organisaties voor de mensenrechten rondom de wereld veroordeeld. Australië, Canada, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland, de VS en de voorzitter van het Europese Parlement in Brussel hebben allen strenge verklaringen van hun betrokkenheid afgelegd. Duitsland noemde het vonnis in het proces “een massieve klap voor allen die zich voor de waardigheid en rechten van de mens” inzetten. De Poolse voorzitter van het EP, Jerzy Buzek, noemde de veroordeling “een teleurstelling” voor allen die gehoopt hadden op een verbetering van de situatie van de mensenrechten in Iran”. Amnesty International beschrijft de gevangen leiders als “strafgevangenen van het geweten die uitsluitend om hun geloof en om hun vreedzame inzet voor de vervolgde Bahá’í-gemeenschap werden veroordeeld..” Ook de International Federation for Human Rights, de Human Rights Watch, de Iranian League for the Defence of Human Rights en de Nobelprijswinnered Shirin Ebadi hebben protesterend hun stem laten horen tegen het onrecht dat Iran heeft begaan.
Verklaring van minister Maxim Verhagen
Nederland is zeer bezorgd over het lot van 7 leiders van de Bahá’í-gemeenschap in Iran. De zeven worden ervan beschuldigd ‘vijanden van God’ te zijn en zouden volgens recente berichten tot 20 jaar gevangenisstraf zijn veroordeeld. Nederland is bezorgd over de gebrekkige uitvoering van de rechtsgang in de zaak van de 7 bahá’í-leiders en vreest dat de arrestatie en veroordeling voortkomt uit discriminatie op basis van geloofsovertuiging. De bahá’ís zijn een religieuze minderheid in Iran die sedert de islamitische revolutie in 1979 vanwege de geloofsovertuiging wordt vervolgd. De afgelopen tijd is deze vervolging verder toegenomen.
“Dat deze mensen veroordeeld lijken te zijn vanwege hun geloof is schokkend”, aldus Minister Verhagen. “Ik roep de Iraanse autoriteiten op zich te houden aan hun internationale verplichtingen op mensenrechtengebied. De bahá’í-leiders hebben recht op een eerlijk proces en dienen zo snel mogelijk vrijgelaten te worden.”
Verklaring van US-State Secretary Hillary Clinton
“De Verenigde Staten zijn diep verontrust over de voortdurende vervolging van bahá’ís en andere godsdienstige minderheden in Iran. Deze week werden zeven vooraanstaande bahá’ís tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld nadat ze bijna twee jaren waren opgesloten zonder proces. De Verenigde Staten veroordelen die uitspraak streng als schending van de verplichtingen van Iran in het kader van het Internationale Verdrag over burgerlijke en politieke rechten. Godsdienstvrijheid is het geboorterecht van mensen van alle overtuigingen en godsdiensten. De Verenigde Staten zijn verplicht religieuze vrijheden in de gehele wereld te beschermen; wij zullen de Bahá’í-gemeenschap in Iran niet vergeten en optreden tegen ongerechtigheid, en Iran blijven oproepen grondrechten van al haar burgers in acht te nemen, in overeenstemming met haar internationale verbintenissen.”
Verklaring van minister William Hague
De Britse minister (State Secretary) voor Buitenlandse & Gemenebestzaken, William Hague, heeft een verklaring afgegeven omtrent de veroordeling van zeven geestelijke leiders van het Bahá’í-geloof tot twintig jaar gevangenis. In reactie op dit nieuws verklaarde de minister: “Ik was ontsteld toen ik vernam dat dit vonnis aan de gevangenen was verstrekt. Het is een schokkend voorbeeld van de aanhoudende discriminatie van de Iraanse staat tegen de bahá’ís. Het is volledig onaanvaardbaar.”
Commentaar van een woordvoerster van de Bahá’í-wereldgemeenschap: “Die statements tonen hoeveel mensen rond der Aarde gerechtigheid in Iran willen, los van rassen en godsdiensten en dan niet slechts voor bahá’ís, maar voor alle burgers die met grove schendingen van de mensenrechten zijn geconfronteerd. Hoe lang zal het Iraanse bewind doof blijven voor al die opklinkende stemmen?”
Meer: http://news.bahai.org
