Het bestuur van de Nederlandse Bahá’í-gemeenschap heeft zich aan de zijde van een wereldwijd protest tegen de schending van de mensenrechten in de Islamitische Republiek Iran geschaard. Daar had op 12 juni een actiedag in Amsterdam voor plaatsgevonden, parallel aan vele andere hoofdsteden van de wereld. Iran, de bakermat van het Bahá’í-geloof, is dierbaar aan mensen die geloven in een betere wereld en die er voor strijden. “Diep bedroefd door de gebeurtenissen in dat land, houden wij vast aan het gevoel van vertrouwen dat de toekomst een stralende belofte in zich draagt en de overtuiging dat liefde uiteindelijk haat zal overwinnen,” aldus de stem van de bahá’ís van Nederland. Aan de wereldwijde actiedag deden onder meer mee Amnesty International, Human Rights Watch, PEN, FIDH, Bahá’í International Community, Reporters zonder Grenzen en de Europese Unie van Studenten mee.
In juni 2009 hadden televisiebeelden laten zien hoe groot het vuur van verlangen is naar een rechtvaardige staat in Iran. “God is groot”, klonk het toen ’s nachts van de dakterrassen van Teheran en andere Perzische steden. Bahá’ís steunen allen die op de dag rekenen waarin rechtvaardigheid en eerlijkheid weer in Iran zullen heersen. In Teheran wachten zeven vooraanstaande bahá’ís op het vonnis van een “Revolutionair Gerechtshof” na een aanklacht wegens geloofs- en staatsverraad. Er heersen ziekelijke denkbeelden en vooroordelen in een land dat zo de fakkels heeft gedragen van de edele geest in de mens.
Baha'i Monitor - laatste uitgave
|
|



