Berichten van de netdienst Bahá’í Press Watch
Excuses
De Iraanse politicus Abbas Mazaheri, een voormalig lid van het clandestiene genootschap “Hojjatieh” dat een bittere strijd voert tegen de Bahá’i-religie, heeft zich in een interview op “Pars TV” voor zijn vroegere daden verontschuldigd. De organisatie werd in 1953 gesticht door een ayatollah, Shaikh Mahmoud Halabi, met als uitgangspunt dat het Bahá’í-geloof van 1844 de grootst denkbare bedreiging vormt voor de islam van duizend jaar eerder.
Mazaheri zei in het interview (op Youtube): “Voordat ik vandaag begin, zou ik gaarne mijn excuses willen aanbieden aan mijn geëerde bahá’í-vrienden. Ik heb in mijn woeste jonge jaren, toen ik 16 tot 21 was, tegen de bahá’ís gevochten. Daar schaam ik me nu voor, en ik hoop dat mijn geliefde en eervolle bahá’í -landgenoten me dit vergeven.”
Bronnen:
http://www.youtube.com/watch?v=OrqWj8iwjeM
http://en.wikipedia.org/wiki/Hojjatieh
http://www.bahrammoshiri.com
Studenten
De overheid in Iran sluit stelselmatig leden van ongewenste minderheden van het hoger onderwijs uit, waaronder bahá’ís. Die verzetten zich ertegen en strijden binnen de wet voor hun rechten. Drie van hen – Navid Khanjani, Iqan Shahidi en Sama Nurani – werden gearresteerd. Dat leidde ertoe dat er vanuit het publiek een petitie werd opgesteld om hen terstond onvoorwaardelijk hun vrijheid terug te geven. De petitie staat op http://chrr.us/spip.php?article9437, in het Perzisch. Op 3 mei is Navid Khanjani vrijgelaten.
In april had een andere groep jonge bahá’ís een open brief geschreven aan “het edele volk van Iran” en daarin geklaagd: “Openlijke misachting van de mensenrechten is niet nieuw in Iran. Iedereen is er op de een of andere wijze mee geconfronteerd. Volgelingen van het Bahá’í-geloof worden nog vaker van hun rechten beroofd dan anderen. Bahá’ís ervaren in de laatste dertig jaar gerechtigheid, fairness noch gelijkwaardigheid. De schenders van die rechten houden ook niet op met belediging en smaad. De overheid heeft een duister schuldregister over bahá’ís die levend werden verbrand; het plunderen en afpakken van bahá’í-eigendommen; het bedreigen, martelen en opsluiten van bahá’ís. Niettegenstaande die omvang aan onmenselijkheid hebben bahá’ís zich voor dit onrecht niet gebukt. Wij klagen onze onderdrukkers om het begane onrecht ook niet persoonlijk aan, wetende dat macht en rijkdom mensen die ervan afhankelijk zijn verblinden. Verheven gevoelens sporen hen aan tot haat en geweld waarbij ze de menselijkheid van anderen niet zien, laat staan hun rechten.”
De gehele tekst (Engels) staat op http://www.iranpresswatch.org/post/5894
Sluiting
In de Oost-Iraanse stad Birjand hebben veiligheidsagenten het bedrijfje van Siavash Deimi gesloten. Hij zorgde jarenlang voor zijn gezin met de inkomsten van zijn loodgieterzaak. Toen zijn vergunning voor dit jaar niet werd vernieuwd, liep hij maand na maand naar de aangewezen loketten. Daar kreeg hij uiteindelijk te horen dat de weigering was ingegeven door het ongewenste geloof van de burger, een bahá’í.
Deze en andere berichten op:
http://www.iranpresswatch.org
