Gouden Latijns-Amerika
Gedurende Ridván, een periode van 21 april tot 2 mei waarin de Perzische edelman Bahá’u’lláh in 1863 in zijn ballingschap te Bagdad zijn goddelijke missie heeft verklaard, werden overal ter wereld de Nationale Geestelijke Raden van zijn orde herkozen. In de bahá’í -gemeenschappen van 21 landen in Zuid-Amerika was dit een gouden feest omdat ze 50 jaar geleden werden opgericht en daardoor twee jaar later allen konden participeren in de oprichting van het wereldbestuur, het Universele Huis van Gerechtigheid.

De nieuwsbrief van de Bahá’í Wereldgemeenschap vertelt dit verhaal rond de verkiezingen in San Salvador. Het land heeft daarna jaren van burgeroorlog gekend die ook ten koste zijn gegaan van de groei in het aantal bahá’ís, maar de spirit is des te actiever door dat ook de Salvadorianen zich langs de richtlijnen van het Universele Huis van Gerechtigheid in deze tijd vooral op hun innerlijke groei concentreren: “We werken eraan dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen spirituele, sociale en intellectuele ontwikkeling. Toen we begonnen waren we met elf mensen,” herinnert zich Jeanne Farrand, “nu is onze zomerschool als instelling te klein”.
