Verenigde Naties: bahá’ís bieden de VN een beslissingmodel
De Internationale Bahá’í-gemeenschap heeft aan de 48e VN Commissie voor Sociale Ontwikkeling een model aangeboden voor de participatie van mensen uit verschillende culturen aan de opbouw van een nieuwe maatschappelijke orde in deze tijd van verandering. De commissie is het uitvoerend orgaan van een wereldtop in 1995 in Kopenhagen die gericht is geweest op de oprichting van een “samenleving voor allen” op basis van heersende maatschappelijke verschillen.
De Bahá’í-gemeenschap biedt haar ervaring aan met het beginsel van overleg als component van eensgezindheid van mensen rond de wereld. De werkwijze is gebaseerd op het uitgangspunt dat mensen een nobel karakter hebben, “met rede en geweten en het vermogen tot onderzoek, begrip, compassie en dienstbaarheid aan het gezamenlijke nut”.
Ming H. Chong, een afgevaardigde uit Singapore die het bahá’í-model presenteerde, zei achteraf dat de nobiliteit van de mens ons ervan weerhoudt de ander anders te zien dan als mens die eveneens verantwoordelijk is voor zijn ontwikkeling zonder er labels voor opgeplakt te krijgen. Het menselijk lichaam is in zijn integriteit het voorbeeld voor de eenheid in verscheidenheid van de mensheid als geheel. Bahá’ís stellen de groep boven het ik en conformeren zich aan de hogere eenheid die hen verbindt.
