Zodra er in Iran binnenlandse onrust heerst zoeken stemmingsmakers de schuld ervan bij een samenzwering in het buitenland. Ook andere volkeren zoeken nogal eens zondebokken buiten hun grens, maar, schrijft columnist Henry Newman in “The Guardian”, maar in Iran stijgen conspiratietheorieën op tot in de heersende kringen, “met verschrikkelijke gevolgen”.
De verdachtmakingen gaan sinds jaren vooral naar de geheime diensten CIA, MI 6 en Mossad, maar ze richten zich vanwege een tentoonstelling in 2009 over Sjah Abbas de Grote ook al snel op het Brits Museum; op het Queens College in Oxford vanwege een studiebeurs ter nagedachtenis aan de doodgeschoten studente Neda, op BBC of andere Britse media.
Iraniërs koesteren al sinds de rol van Engeland in ’s lands omwentelingen na 1900 vooral achterdocht jegens het Britse establishment van White Hall en Westminster Palace en sinds de dagen van de laatste sjah vooral tegen de “Grote satan”, de VS en de “Kleine satan”, Israël. Maar ook zionisten, vrijmetselaren en bahá’ís worden als boosaardige krachten gezien in een complot tegen het Perzische volk.
Staatsmedia zoals “Press TV” verspreiden dan ook gretig berichten over “een ontvoering van 25 duizend Oekraïnse kinderen door Israëlische orgaanplunderaars” of over bahá’ís die gewapenderhand de opstand tegen de ayatollah’s aanwakkeren terwijl het de misschien wel de enige onpolitieke burgers van het land zijn.
Bron: http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2009/dec/31/iran-conspiracy-theories



