Iraanse schrijfster pleit voor haar landgenoten
“Ik vraag me af hoe het voelt om beroofd te zijn van mijn mensenrechten”
Veertienhonderd gasten in een auditorium van de George Washington University applaudisseerden voor de schrijfster Azar Nasifi van de Amerikaanse bestseller “Reading Lolita in Teheran” die zich tegen de onderdrukking van de bahá’ís om hun geloof verzet , ook al behoort zijzelf niet tot deze religieuze minderheid.
“Ik vraag me af hoe het voelt om beroofd te zijn van elk mensenrecht in je eigen land, het land waar jij en je ouders en hun ouders in hun taal, hun cultuur zijn geboren, waar ze altijd gewoond hebben en dat ze altijd hebben gediend en dat je dan berooft van het recht op onderwijs, op eigen bezit, ja op het recht om te leven.”.
Om je daartegen te verzetten is voor Azar Nasifi “geen politieke strijd maar een existentieel verzet” dat verder gaat dan dat wat er de bahá’ís overkomt: dit gaat om iedereen in Iran “die het durft anders te zijn en de vrijheid wil hebben om te kiezen”. Nasifi beschrijft in haar boek hoe een Perzische fictie uitgroeit tot tirannie. “Als je wilt weten hoe vrij het Iraanse volk tegenwoordig is, kijk dan naar het lot van de bahá’ís.”
Bron: http://news.bahai.org/story/731
Perzen in het buitenland zetten zich toenemend voor hun bahá’í- landgenoten in. Citaten uit de webkrant “iranian.com”: “When Baha'is are free, then all Iranians will be”; “Baha’is are respected world wide, why not in Iran?”
