Mensenrechtenorganisatie: In Iran zijn bahá’ís ‘zondige beesten’
De wereldvluchtelingenorganisatie UNHCR publiceert een onlangs verschenen jaarverslag 2009 van ‘United States Commission on International Religious Freedom’ die Iran als een “zorgwekkend land” beschouwt. Het rapport refereert aan een uitspraak van de Raad der Hoeders rond de religieus leider grootayatollah Ali Khamenei (70) die bepaalt dat bloed met bloed moet worden vergolden, behalve als het slachtoffer een bahá’í of mandeër is behorende tot de jongste en grootste dan wel een van de oudste religieuze minderheden van het land.
Volgens een van de heersende ayatollah’s, Ahmad Jannati, behoren deze andersgelovigen tot “de zondige beesten die over de aarde zwerven”. Het verslag spreekt van toenemende onderdrukking van “religieuze minderheden en een stroom ophitsende betogen door politici en geestelijken”. Bahá’ís worden als afvalligen ingeschaald, ook al behoren vele van hen al tot de vierde of vijfde generatie bahá’ís sinds de geboorte van hun geloof in 1844. Hun situatie wordt door een mogelijke verscherping van religieuze onderdrukkingswetten toenemend bedreigd.
Bron: http://www.unhcr.org/refworld/topic,464db4f52,46a711da
2,4a4f27355a,0.html
Het achtergronddocument “The Bahá’í Question - Cultural Cleansing in Iran” schetst het anti-bahá’í-beleid van het islamitische regime van Teheran: http://news.bahai.org/documentlibrary/TheBahaiQuestion.pdf
