Persberichten
homeNieuws & MediaPersberichten

Persberichten


Het laatste actuele persbericht :

Ongekende symbolische daad van geestelijke is oproep vreedzame co-existentie van religies in Iran

Den Haag, 8 april 2014 (BWNS) – Op symbolische en nooit eerder vertoonde wijze heeft Ayatollah Abdol-Hamid Masoumi-Tehrani, een prominente moslimgeestelijke in Iran, aangekondigd dat hij de bahá'ís in de wereld een versierd kalligrafisch werk heeft aangeboden van een paragraaf uit de Geschriften van Bahá’u’lláh, Stichter en Profeet van het Bahá'í-geloof.

8-4-2014 Ayatollah Tehrani.jpg
Ayatollah Abdol-Hamid Masoumi-Tehrani maakt een kalligrafisch werk af. De woorden in dit werk komen uit de Geschriften van Bahá’u’lláh.

Deze stap komt in aansluiting op verscheidene recente uitlatingen van religieuze geleerden in de moslimwereld, die in alternatieve interpretaties van de leringen binnen de islam hebben uiteengezet dat het tolereren van iedere godsdienst in feite in de heilige Koran wordt gehandhaafd.

‘Dit is een zeer welkome en hoopvolle ontwikkeling, die mogelijk gevolgen zal hebben voor het samenleven van mensen in de wereld’, zo zei Bani Dugal, die BIC (Bahá'í International Community) vertegenwoordigt bij de Verenigde Naties.

Ayatollah Tehrani zegt op zijn website (Engelse vertaling) dat hij de kalligrafie van het vers van Bahá’u’lláh heeft voorbereid als ‘een symbolische daad die moet dienen om het belang te memoreren van respect voor de medemens, van vreedzaam naast elkaar leven, van samenwerking en wederzijdse ondersteuning en van het vermijden van haat, vijandschap en blind religieus vooroordeel’.

Ayatollah Tehrani presenteert zijn verfijnde geschenk aan de bahá'ís in de wereld, maar in het bijzonder aan de bahá'ís in Iran, die naar hij zegt ‘veelvuldig te lijden hebben gehad onder de gevolgen van blind religieus vooroordeel’. Hij zegt verder dat zijn daad ‘een uitdrukking van sympathie en zorg van mij is namens alle onbevooroordeelde medeburgers’.

In een reactie verklaarde Bani Dugal namens BIC: ‘De internationale bahá'í-gemeenschap is diep geroerd door deze grootmoedige daad en door de gevoelens van religieuze tolerantie en respect voor menselijke waardigheid die er uit naar voren komen. Deze gedurfde actie van een senior moslimgeestelijke is ongekend in het hedendaagse Iran. Deze actie is ook opmerkelijk gelet op de niet aflatende en systematische vervolging van de bahá'í-gemeenschap door de Iraanse overheid’.

Het ingewikkelde kalligrafische werkstuk moet verscheidene maanden van nauwgezet handwerk hebben gekost. In het midden staat wat de bahá'ís kennen als ‘De Grootste Naam’, een kalligrafische voorstelling van de conceptuele relatie tussen God, Zijn profeten en de geschapen wereld. Het geschenk van de Iraanse geestelijke van ongeveer 60 x 70 cm is in een klassieke stijl vormgegeven. Ayatollah Tehrani maakte meerdere kunstwerken, waaronder het kalligraferen van de Koran, de Thora, de Psalmen, het Nieuwe Testament en het Bijbelboek Ezra. Zijn kalligrafisch werkstuk van de Psalmen bevindt zich in de bibliotheek van het Amerikaans Congres.

De alinea die Ayatollah Tehrani koos voor zijn geschenk aan de bahá'ís komt uit Bahá’u’lláh’s Kitáb-i-Aqdas, ‘het Heiligste Boek’. Het citaat luidt: ‘Gaat met alle religies om in vriendschap en eendracht, opdat zij door u de zoete geur van God mogen inademen. Hoedt u dat gij onder de mensen niet door de vlam van dwaze onwetendheid wordt overweldigd. Alle dingen komen voort uit God en tot Hem keren zij weder. Hij is de bron van alle dingen en in Hem worden alle dingen beëindigd’.

Bij eerdere gelegenheden heeft Ayatollah Tehrani met grote moed publiekelijk zijn zorg uitgesproken over de voortgaande en ernstige vervolging van religieuze minderheden, met inbegrip van de bahá'ís in Iran. Sinds de Islamitische Revolutie van 1979 zijn honderden bahá'ís gedood en duizenden gevangen gezet. Op dit moment zitten 115 bahá'ís in Iraanse gevangenissen puur vanwege hun religieuze overtuiging. Bahá'ís in Iran krijgen geen toegang tot hoger onderwijs, worden tegengewerkt bij het verdienen van hun levensonderhoud, mogen hun doden niet begraven op een wijze die overeenstemt met hetgeen in hun religie is voorgeschreven en hun begraafplaatsen zijn het doelwit van vernielingen, ontheiligingen en onteigeningen.

Ayatollah Tehrani heeft de hoop uitgesproken dat zijn geschenk bewaard zal worden door het Universele Huis van Gerechtigheid, het hoogste internationale bestuursorgaan binnen het Bahá'í-geloof, en dat het zal herinneren aan de rijke en oude Iraanse traditie van vriendschap en aan zijn cultuur van co-existentie.

Bron: http://news.bahai.org/story/987


© 2014 Bahá’í-gemeenschap Nederland  /  Bahá’í International Community